donderdag 11 maart 2010

Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt

Gisteren tijdens de algemene audiëntie (tijdens deze zgn. woensdagcatechese behandelt de paus de afgelopen jaren homines illustri uit de Kerkgeschiedenis: eerst alle apostelen, vervolgens de Kerkvaders, en nu grote figuren uit de middeleeuwen) heeft Benedictus XVI gesproken over de ontdekkingen van de 13e-eeuwse franciscaan St.Bonaventura:
Jezus Christus is het ultieme woord van God - in Hem heeft God alles gezegd, door zichzelf te schenken en te 'zeggen'. Meer dan zichzelf kan God zeggen noch schenken. [...] Er is dus geen hoger Evangelie, er is geen andere Kerk te verwachten. Daarom moest ook de Orde van Sint Franciscus geïntegreerd worden in deze Kerk, in haar geloof, in haar hiërarchische ordening.
Dit betekent niet dat de Kerk onbeweeglijk is, gefixeerd in het verleden, en dat er in haar geen nieuwheid kan zijn. "Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt", de werken van Christus gaan niet achteruit, worden niet minder, maar gaan vooruit, zegt de heilige in de brief De tribus quaestionibus. Zo formuleert Sint Bonaventura expliciet het vooruitgangsidee, en dit is nieuw in vergelijking met de Kerkvaders en met veel van Bonaventura's tijdgenoten. Voor Sint Bonaventura is Christus niet meer, zoals voor de Kerkvaders, het einde, maar het centrum van de geschiedenis; met Christus houdt de geschiedenis niet op, maar begint een nieuw tijdperk. Een ander gevolg is het volgende: tot dan toe heerste de idee dat de Kerkvaders het absolute hoogtepunt van de theologie waren, dat alle volgende generaties slechts hun leerling zouden kunnen zijn. Ook Sint Bonaventura erkent de Kerkvaders als blijvende leraren, maar het verschijnsel van Sint Franciscus geeft hem de zekerheid dat de rijkdom van het woord van Christus onuitputtelijk is en dat ook in nieuwe generaties er nieuwe lichten aan kunnen gaan. De uniciteit van Christus garandeert ook nieuwheid en vernieuwing in alle perioden van de geschiedenis.
Zeker, de Orde van de Franciscanen - onderstreept hij - behoort tot de Kerk van Jezus Christus, tot de apostolische Kerk, en kan zich niet vormen in een utopisch spiritualisme. Maar tegelijkertijd heeft de nieuwheid van deze Orde zijn geldigheid tegenover het klassieke monnikendom, en Sint Bonaventura [...] heeft deze nieuwhied verdedigd tegen de aanvallen van de seculiere geestelijkheid van Parijs: de Franciscanen hebben geen vast klooster, kunnen overal aanwezig zijn om het Evangelie te verkondigen. Juist de breuk met de stabiliteit die het monnikendom kenmerkt, ten gunste van een nieuwe flexibiliteit, heeft de Kerk haar missionaire dynamiek teruggegeven.
Op dit punt is het misschien nuttig te zeggen dat er ook vandaag de dag visies bestaan die zeggen dat de hele geschiedenis van de Kerk in het tweede millennium een voortdurende neergang is geweest; sommigen zien de neergang al meteen na het Nieuwe Testament. In werkelijkheid "Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt", gaan de werken van Christus niet achteruit, maar vooruit. Wat zou de Kerk geweest zijn zonder de nieuwe spiritualiteit van de Cisterciënsers, de Franciscanen en de Dominicanen, de spiritualiteit van Sint Theresia van Avila en van Sint Jan van het Kruis, enzovoorts? Ook nu geldt deze bewering: "Opera Christi non deficiunt, sed proficiunt", gaan vooruit. Sint Bonaventura leert ons het geheel van noodzakelijke, soms ook strenge, onderscheiding, van sober realisme en van openheid naar nieuwe charisma's, die Christus in de Heilige Geest aan zijn Kerk schenkt. En terwijl de idee van de neergang zich herhaalt, herhaalt zich ook de andere idee, dat van het "spiritualistisch utopisme". We weten hoe na het Tweede Vaticaans Concilie sommigen ervan overtuigd waren dat alles nieuw zou worden, dat er een andere Kerk was ontstaan, dat de pre-conciliaire Kerk had afgedaan en dat er een nieuwe, helemaal "andere" zou komen. Een anarchistisch utopisme! God zij dank hebben de wijze stuurlui van Petrus' boot, paus Paulus VI en paus Johannes Paulus II, enerzijds de nieuwheid van het Concilie verdedigd en anderzijds, tegelijkertijd, de uniciteit en de continuïteit van de Kerk, die altijd Kerk van zondaars is en altijd plaats van genade.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen