donderdag 1 juli 2010

Iemand die zich laat invoegen in de grote vormende krachten van de Kerk is een getuigenis

In het KN van deze week een commentaar op de bekering van Wesley Sneijder (papieren editie, p. 5) (een iets gewijzigde versie staat hier op internet):
Afgelopen zondag werd Wesleys keuze zelfs in een preek genoemd tijdens de Larense Sint-Jansprocessie. Bisschop Punt sprak over een “getuigenis” dat laat zien dat katholiek zijn eigenlijk best “cool” kan zijn. Misschien is het wel een beetje het broer-van-de-verloren-zoon-complex, maar op dat moment voelde het helemaal niet meer zo ‘cool' om katholiek te zijn. Is dit niet een beetje te vroeg gejuicht?, denk je dan.
[Volgt een uitgebreide beschrijving van de hier en daar verwarde levensloop en opvattingen van Sneijder en de vrouw, een fotomodel, met wie hij wil trouwen, en twijfels over het aanstaande kerkelijk huwelijk, dat waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld heeft bij de beslissing zich te laten dopen.]
Hier worden, vrees ik, toch een aantal dingen met elkaar verward (en het is de moeite waard hier even bij stil te staan, want een groot deel van de misverstanden over de katholieke Kerk ontstaat precies op dit punt).
Waarom juichen wij als iemand katholiek wordt? Niet omdat diegene tot nu toe zo goed geleefd heeft, en evenmin omdat we ervan overtuigd zijn dat hij dat in de nabije of zelfs verre toekomst zal doen.
We juichen omdat we zelf ontdekt hebben dat ons hart geschapen is om God te kennen en te beminnen, en dat dat kan, en eenvoudig wordt, in de ontmoeting met Christus, die in tijd en ruimte aanwezig blijft in de Kerk - de organische gemeenschap van de volgelingen van Christus, onder de leiding van de opvolgers van de apostelen met die van Petrus aan het hoofd.
Wanneer we zelf ontdekt hebben dat met Christus het leven oneindig veel zinvoller, mooier, nuttiger, waarachtiger, "cooler", kortom "zichzelf" wordt, kijken we vervolgens om ons heen en zien we dat een hele hoop mensen die ontdekking nog niet gedaan hebben - en het zelfs niet waarschijnlijk is dat ze die doen, gezien het gebrek aan fysieke aanwezigheid èn - dikwijls - zelfbewustzijn van de katholieke gelovigen in de samenleving.
En als dan plotseling, langs de meest bizarre wegen, iemand zich laat invoegen in de "club van Christus", de "vrienden van de betekenis van het leven", is dat in zichzelf een reden om heel blij te zijn - wat verder ook de omstandigheden mogen wezen.

Zeker is het zo dat Christus - die ons beminde toen we nog zondaars waren en tamelijk duidelijk zegt (ik parafraseer) dat de hoeren en hielenlikkers (om maar eens een paar objectief immorele en ons antipathieke soorten mensen te noemen) ons voor zullen gaan in het Rijk - zodra we Hem aanvaarden als degene die ons leven in handen heeft, begint met een vorming.
Eerst omhelst Hij ons en dan begint Hij ons te veranderen - een proces dat begint met de doop, dat ons hele leven duurt en dat mede afhangt van onze vrijheid.
De paus zei het heel duidelijk in zijn brief Over het opheffen van de excommunicatie van vier Bisschoppen gewijd door Mgr. Lefebvre van vorig jaar. Alle media en ook vele katholieken zaten in de hoogste boom omdat de paus de excommunicatie van zulke notoire zondaars ongedaan maakte. Maar de paus legt uit:
Als [...] de strijd om het geloof, om de hoop en om de liefde in de wereld op dit moment (en altijd, in verschillende vormen) voor de Kerk de ware prioriteit vormt, dan behoren de kleine en middelgrote pogingen tot verzoening daar ook bij. Dat het stille gebaar van een uitgestoken hand tot veel spektakel en juist tot het tegendeel van verzoening heeft geleid, moeten we onder ogen zien. Maar nu vraag ik toch: Was en is het werkelijk verkeerd ook hier de broeder tegemoet te komen “die iets tegen u heeft” en verzoening te zoeken? Moet niet ook de burgermaatschappij proberen radicalisering te voorkomen, de mogelijke aanhangers – indien enigszins mogelijk – weer te in te voegen in de grote vormende krachten van het maatschappelijk leven, om inkapseling en alle gevolgen van dien te vermijden? Kan het helemaal verkeerd zich in te zetten voor het ontspannen van krampachtigheid en opheffen van vernauwing, en ruimte te geven aan datgene wat positief is en zich in het geheel laat invoegen? Ik heb zelf in de jaren na 1988 gezien hoe door de terugkeer van gemeenschappen die zich eerder van Rome hadden afgescheiden, het geestelijke klimaat daar veranderde; hoe door de thuiskomst in de grote, brede en gemeenschappelijke Kerk eenzijdigheid werd overwonnen en krampachtigheid ontspannen, zodat daar positieve krachten voor het geheel vrijkwamen. [...] We weten niet hoe complex hun motivatie is. Maar ik denk dat zij [er niet voor] zouden hebben gekozen als er niet bij hen, afgezien van enkele vreemde of zieke geesten, sprake was geweest van liefde tot Christus [...] Moeten we hen eenvoudigweg als vertegenwoordigers van een radicale randgroepering uitsluiten van het streven naar verzoening en eenheid? Hoe zal dat uitpakken?
Zeker, wij hebben al lange tijd, en wederom bij deze gelegenheid, veel wanklanken gehoord van de kant van vertegenwoordigers van deze gemeenschap – hoogmoed en betweterij, zich vastbijten in eenzijdigheden, enz. Daar moet ik waarheidshalve aan toevoegen dat ik ook een heel aantal ontroerende dankbetuigingen heb ontvangen, waarbij mensen hun hart lieten spreken. Maar moet de grote Kerk ook niet grootmoedig kunnen zijn in de wetenschap dat ze een lange adem heeft, in de wetenschap van de belofte die haar is gedaan? Moeten wij als ware opvoeders niet heel wat kwaads kunnen verdragen en ons inspannen mensen rustig weg te voeren uit hun eenzijdigheid? En moeten we niet toegeven dat ook in kerkelijke kringen wanklanken te horen zijn? Dikwijls krijgt men de indruk dat onze samenleving tenminste één groep nodig heeft die men geen tolerantie behoeft te betonen, waarop men rustig vol haat los kan trekken. En wie het waagt die groep te benaderen – in dit geval de paus – verliest zelf ook het recht op tolerantie en mag zonder schroom of terughoudendheid met haat overladen worden.
Wat geldt in het grote, geldt ook in het kleine.
De Kerk neemt iedereen met vreugde op en begint vervolgens haar opvoedende werk.
En als iemand in dezelfde fout vervalt en vergeving vraagt, vergeeft ze hem (in opdracht van Christus). En als dat honderd keer gebeurt, vergeeft ze honderd keer. En als het honderdduizend keer gebeurt, vergeeft ze honderdduizend keer.
Bruce Marshall schrijft het treffend (ik citeer uit het hoofd):
Met alle respect voor mensen die binnen de protestantse traditie christelijk leven of willen leven (en dat vaak beter doen dan katholieken), moeten we niet uit het oog verliezen dat de protestantse ketterij tenminste één reusachtige misvatting breed aanvaard heeft doen zijn: en wel de misvatting, dat wie zijn vrouw slaat, niet de Athanasiaanse geloofsbelijdenis de zijne mag noemen.
Ik ben ervan overtuigd, dat als Wesley in de Kerk blijft en in enige mate zijn leven door haar laat beïnvloeden, dat leven aanzienlijk mooier wordt dan het tot nu toe was. Zelf ben ik, die het geluk heb haar al langer te kennen en (met vallen en opstaan en veel vergeving) haar al langer te mogen proberen te volgen, daar erg dankbaar voor, en gun ik het iedereen.

Maar als iemand ernstig denkt dat het "cooler", prettiger of minder lastig is om anders of elders te leven, dan zou de Vader van de verloren zoon zeggen: "O.K., hier is geld, ga maar kijken. Ik ben ervan overtuigd dat het bij Mij beter is, maar dat moet je zelf, in je eigen ervaring, ontdekken. Maar weet, wat je ook uithaalt, dat ik hier altijd op je sta te wachten. Eén ding: wees niet te trots om terug te komen, als je ontdekt dat het inderdaad bij Mij beter is".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen