zaterdag 25 juni 2011

"Een de facto verbod dat verpakt is als een tegemoetkoming"

Wat de Kamerleden nu willen voorstellen is dat de enige shocheet in ons land en de religieuze minderheid die hij bedient, een onafhankelijk onderzoek gaat bekostigen om precies dat aan te tonen waar wetenschappers over van mening verschillen. Van de enige shocheet in Nederland wordt feitelijk iets gevraagd, waar de wetgevende macht zelf niet in slaagt: onafhankelijk bewijs te leveren over het al dan niet aanvaardbare leed van de koosjere slachtmethode. Mocht hij het geld en de middelen daarvoor vinden en mocht zijn onafhankelijke bewijs worden geaccepteerd dan krijgt hij een ontheffing voor vijf jaar. De slachter moet dus om de vijf jaar onderzoek laten verrichten en steeds opnieuw bewijzen leveren.
In de toelichting op het amendement staat dat de vrijheid van godsdienst niet absoluut is en dat er beperkingen aan mogen worden gesteld. Deze beperkingen moeten dan getoetst worden op subsidiariteit en proportionaliteit. Wanneer hebben de indieners van het amendement die toets verricht en hoe heeft deze plaatsgevonden? Dat is volkomen onduidelijk. Dat komt omdat die toetsing er niet was. Dat weten die Kamerleden zelf ook wel. Ze hebben geluk dat bijna niemand hen daarop bevraagt. En als iemand dat wel doet, dan is er altijd wel een Limburgse ridder te vinden die de vragen wil overschreeuwen met verwijzingen naar rituele dierenmarteling en de geur van warm stromend dierenbloed. Door het lage niveau van het debat in 's lands vergaderzalen komt men gemakkelijk weg met het gebrek aan toetsing.
De toelichting gaat verder: 'de indieners menen dat de wet met aanname van het amendement beter voldoet aan die voorwaarden. Immers, het recht om te slachten naar eigen (godsdienstige) overtuiging is vrij, mits daarmee dieren niet meer leed wordt toegebracht dan zij zouden ervaren bij slacht op basis van de normale wettelijke voorschriften die de wetgever hanteert om dieren onnodig lijden te besparen.'
Klinkt mooi maar het is niet meer dan een omzeiling van de toetsing op proportionaliteit en subsidiariteit. Het werk dat onze volksvertegenwoordigers hadden moeten verrichten, wordt nu onversneden op het bordje van die ene koosjere slachter gelegd. Thieme kan zich goed in dit 'compromis' vinden. Zij meent dat het onmogelijk is om aan te tonen dat de koosjere slacht ongeveer evenveel dierenleed veroorzaakt als de reguliere slacht. Dat is laakbaar. Een wet wijzigen en een amendement accepteren en er dan bij zeggen dat je als deel van de wetgevende macht er zeker van bent dat het onmogelijk wordt geacht dat iemand van de opening gebruik kan maken. Het is dan een de facto verbod dat verpakt is als een tegemoetkoming aan de vrijheid van godsdienst.
In het vermogen tot zuiver redeneren van de indieners van het amendement heb ik geen vertrouwen. De Eerste Kamer kan nu het nut van zijn bestaan bewijzen door met helder hoofd bloot te leggen dat de wetswijziging waar de Tweede Kamer nu zo trots en tevreden mee instemt, in geen enkel opzicht deugt. Ik zou nu ook wel eens willen weten wat het kabinet ervan vindt dat een hele kleine religieuze minderheid met een bewijslast wordt opgezadeld waar de volksvertegenwoordigers zich al ernstig aan hebben vertild.
(Amanda Kluveld in de Volkskrant)

Zie ook Vage religie bevordert fanatisme.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen