woensdag 15 juni 2011

Uit 'Het risico van de opvoeding' (4)

Vaak wordt door voorstanders van de neutrale school naar voren gebracht dat het voor de vrijheid van het individuele kind nodig is dat het voor zichzelf zijn eigen unitaire opvatting van de dingen formuleert; en dat dat heel goed gebeuren kan in een onbevooroordeelde, spontane ontmoeting met alle mogelijke theorieën. De diverse ideologische inslag van de verschillende docenten zou er juist de voorwaarde voor zijn dat dit unitaire bewustzijn ‘zichzelf vormt’. Maar hier bevestigt de levenservaring meer dan ooit wat de natuur van begin af aan al suggereert. De ervaring leert immers dat het resultaat van een voortijdige confrontatie met tegenstrijdige ideeën over de fundamentele problemen van de interpretatie van het leven de jongere desoriënteert en niet oriënteert: hetgeen geen troostrijk resultaat is voor een opvoeding. En het is bitter te moeten constateren dat een dergelijke desoriëntatie in zuiver methodologische zin dikwijls geprovoceerd wordt, als kritisch overgangsmoment; want men ziet niet in (of wil niet inzien) dat blootgesteld worden aan alle mogelijke tegenstrijdigheden in de puber onontkoombaar leidt tot scepticisme. Dat gebeurt vooral wanneer de puber, zonder erop voorbereid te zijn, de fundamentele en zekere ideeën die het van de eerdere opvoeding had meegekregen, tegengesproken ziet. In de meest ware zin van het woord wordt hem geweld aangedaan, en uit het lange geheugen van de mensheid weten we dat geweld altijd enkel ruïnes achterlaat, nimmer constructies.
Luigi Giussani, ‘Het risico van de opvoeding’, Stichting Levende Mens, Leiden 2011, ISBN 9789081695015, blz. 20-21.

Bestel het boek HIER voor 11,49 + verzendkosten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen