zondag 2 oktober 2011

In het vliegtuig

Gesprek van de paus met meereizende journalisten, in het vliegtuig van Rome naar Berlijn op 22 september (vertaling rkdocumenten.nl):
Heiligheid, sta ons om te beginnen toe een heel persoonlijke vraag te stellen. In welke mate voelt Paus Benedictus XVI zich nog Duitser? En hoe ervaart u de invloed, reëel of in afnemende mate, van uw Duitse afkomst?

Benedictus XVI: Hölderlin zei: “De geboorte is het meest doorslaggevend van alles”, en dat voel ik natuurlijk. Ik ben in Duitsland geboren en mijn wortels kunnen en mogen niet doorgesneden worden. Ik heb mijn culturele opleiding in Duitsland gekregen, Duits is mijn taal en de taal is de manier waarop de geest leeft en werkt, en heel mijn culturele opleiding is daar geschied! Wanneer ik mij aan theologie wijd, doe ik dat vanuit de innerlijke vorm die ik op de Duitse universiteiten geleerd heb en ik moet helaas toegeven dat ik meer boeken in het Duits lees dan in andere talen. Bijgevolg is mijn Duitse identiteit in mijn manier van zijn, heel sterk. Men kan en mag het toebehoren aan de geschiedenis van zijn land, met de grootheid en zwakheden ervan, niet uitwissen. Doch voor een Christen komt er iets bij; door het Doopsel wordt hij opnieuw geboren; hij wordt geboren in een nieuw volk dat uit alle volken samengesteld is, een volk dat alle volken en alle culturen omvat en waar hij voortaan deel van uitmaakt, zonder echter zijn natuurlijke oorsprong te verliezen. Wanneer men daarenboven grote verantwoordelijkheid draagt, zoals bij mij het geval is omdat ik de hoogste verantwoordelijkheid in dit nieuwe volk draag, is het evident dat men zich steeds meer met dit volk identificeert. De wortel wordt een boom die zich in verschillende richtingen uitstrekt en het gevoel tot deze grote gemeenschap van de katholieke Kerk te behoren, een volk dat uit alle volken is samengesteld, wordt steeds levendiger en dieper, geeft vorm aan heel het bestaan zonder evenwel aan het verleden te verzaken. Ik zou dus zeggen dat de oorsprong, de culturele identiteit blijft en zeker ook de bijzondere liefde en bijzondere verantwoordelijkheid, doch ingevoegd en uitgebreid in een groter toebehoren, in de “civitas Dei” (stad Gods) zoals de heilige Augustinus zou zeggen, in het volk van alle volken waarin wij allemaal broers en zussen zijn.

Heilige Vader, de laatste jaren heeft zich in de Kerk in Duitsland een toename voorgedaan van uittredende gelovigen, meer bepaald omwille van het kindermisbruik door geestelijken. Wat is uw gevoel bij dit fenomeen? En wat zou u zeggen tot degenen die de Kerk willen verlaten?

Benedictus XVI: Men dient voor alles de specifieke motivatie te onderscheiden van degenen die geërgerd zijn door de misdaden die de laatste tijd aan het licht gekomen zijn. Ik kan begrijpen dat men in het licht van deze informatie, vooral als het om mensen uit de eigen omgeving gaat, zegt: “Deze Kerk is de mijne niet meer. De Kerk was voor mij een kracht van humanisering en moralisering. Als de vertegenwoordigers van de Kerk het tegendeel doen, kan ik met die Kerk niet meer leven”. Het gaat hier om een specifieke situatie. Over het algemeen zijn de motivaties binnen de secularisatie van onze samenleving, velerlei. Gewoonlijk zijn deze uittredingen de laatste stap in een lange ketting van verwijdering van de Kerk. In deze context lijkt het mij belangrijk zich de vraag te stellen, na te denken over: “waarom ben ik in de Kerk? Ben ik in de Kerk zoals in een sportvereniging, een culturele vereniging, enz., waarin ik mijn interesses vind en als die geen weerklank meer vinden, ga ik daar weg; of is in-de-Kerk-zijn iets dieper?” Ik zou zeggen dat het belangrijk is te erkennen dat in de Kerk zijn niet betekent deel uitmaken van een vereniging maar wel in het vissersnet zijn van de Heer, die goede en slechte vissen uit de wateren van de dood overbrengt naar het land van het leven. Het kan dat ik mij in dat net juist naast slechte vissen bevind en dat voel, maar feit is dat ik daar noch voor de enen noch voor de anderen ben omdat dit het net is van de Heer, dat niets van doen heeft met mensenverenigingen, het is een net dat het fundament van mijn wezen raakt. Als men met deze mensen spreekt, denk ik dat men naar de grond van de vraag moet gaan: wat is de Kerk? Wat is verscheidenheid? Waarom ben ik in de Kerk, ondanks de verschrikkelijke, menselijke, ergernisgevende feiten en aspecten? Zich zo opnieuw bewust worden van de eigenheid van het Kerk-zijn van het volk van alle volken, van Gods volk, en zo de ergernissen leren verdragen en deze ergernissen tegenwerken juist door in het grote net van de Heer te zijn.

Het is niet de eerste keer dat groeperingen hun verzet uiten tegen uw komst in een land. De betrekkingen van Duitsland met Rome zijn traditiegetrouw kritisch, zelfs ten dele binnen de schoot van de katholieke wereld. De controverses zijn reeds lang bekend: contraceptie, de Eucharistie, het celibaat. Voor uw reis hebben sommige parlementariërs zelfs kritische stellingen ingenomen. Voor uw reis naar Groot-Brittannië leek de sfeer evenmin vriendschappelijk en uiteindelijk is alles goed verlopen. In welke geestestoestand gaat u nu naar uw vroegere vaderland en zult u zich tot de Duitsers richten?

Benedictus XVI: Ik zou ten eerste willen zeggen dat het normaal is dat in een vrije samenleving en geseculariseerde tijd sommigen tegen het bezoek van de Paus zijn. Het is juist dat zij hun verzet uiten – ik respecteer ze allen: dat behoort tot onze vrijheid en wij moeten het feit aanvaarden dat de secularisatie in onze samenlevingen en ook de tegenkanting tegen het katholicisme sterk zijn. Wanneer die tegenkantingen civiel zijn, kan er niets op gezegd worden. Anderzijds is het ook waar dat de Paus verwacht en graag gezien wordt. In Duitsland heeft deze tegenkanting meerdere dimensies: de oude tegenstellingen tussen de Germaanse en Romeinse cultuur, de conflicten uit de geschiedenis en ook dat wij het land van de Reformatie zijn die deze tegenstellingen nog geaccentueerd heeft. Maar er is ook grote waardering voor het Katholieke geloof, er is de toenemende overtuiging dat wij in onze tijd nood hebben aan een morele overtuiging, een morele kracht. In onze tijd hebben wij nood aan Gods aanwezigheid. Zo zijn er, parallel met de oppositie, die ik natuurlijk vind en die men kan verwachten, veel mensen die mij met vreugde opwachten, die een feest van het geloof verwachten, het feit samen te komen, de vreugde God te kennen en de toekomst te beleven samen met God die ons bij de hand neemt en de weg toont. Daarom vertrek ik met vreugde naar Duitsland en ben ik gelukkig de boodschap van Christus naar mijn land te brengen.

Vraag: Heilige Vader, een laatste vraag. U zult in Erfurt het voormalige klooster bezoeken van de hervormer Maarten Luther. De evangelische christenen en de katholieken bereiden zich in onderlinge dialoog voor op de gedachtenis van de vijfhonderdste verjaardag van de Reformatie. Met welke boodschap, welke ideeën, bereidt u zich op de ontmoeting voor? Moet uw reis ook gezien worden als een broederlijk gebaar naar de broeders en zusters die van Rome gescheiden zijn?

Benedictus XVI: Toen ik de uitnodiging voor deze reis aanvaard heb, was voor mij evident dat de oecumene met onze evangelische vrienden een sterk en centraal punt van de reis moest zijn. We leven in een tijd van secularisatie zoals ik reeds zei, waarin alle Christenen samen de zending hebben Gods boodschap aanwezig te brengen, de boodschap van Christus, ervoor te zorgen dat geloven mogelijk is, met deze grote ideeën, deze waarheden naar voren te treden. Het is voor onze tijd dus fundamenteel dat Katholieken en protestanten samen zijn, zelfs indien wij op institutioneel vlak niet volmaakt één zijn en er belangrijke problemen blijven, problemen met betrekking tot het geloof in Jezus Christus, in de Drie-ene God en in de mens als beeld van God. Wij zijn verenigd en het is essentieel dat op dit historische ogenblik aan de wereld te tonen en deze eenheid te verdiepen. Ik ben onze vrienden, protestantse broeders en zusters, bijgevolg heel dankbaar: zij hebben een zeer zinvol teken mogelijk gemaakt, namelijk de ontmoeting in het klooster waar Luther zijn theologische weg begon, het gebed in de kerk waar hij priester gewijd werd en de gezamenlijke dialoog over onze verantwoordelijkheid als Christenen vandaag. Ik ben dus heel gelukkig deze fundamentele eenheid te kunnen tonen, dat wij broeders en zusters zijn en dat wij samenwerken voor het welzijn van de mensheid door de blijde boodschap van Christus te verkondigen, van God die een menselijk gelaat heeft en tot ons spreekt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen