dinsdag 28 februari 2012

Amanda Kluveld: ik ben christin

Voor wie het (toevallig) nog niet gezien had, hier een uitgebreid citaat uit het opmerkelijke en mooie interview van Enny de Bruijn met Amanda Kluveld, afgelopen vrijdag in het Reformatorisch Dagblad:

Waar komt uw belangstelling voor het christelijke verleden precies vandaan?

„Ik ben atheïstisch opgevoed, hoewel een deel van mijn familie gereformeerd en een deel rooms is. Toen ik als kind voor het eerst een crucifix aan de muur zag hangen, met veel realistische details –bloed en een doornenkroon– was ik helemaal gechoqueerd. Ik vond het zo erg. Mijn vader zei toen: „Dat is Jezus, daar geloven die mensen hier in, maar die zijn een beetje dom. God bestaat helemaal niet.” Ik heb ook vreselijke vloeken geleerd en gehoord. In mijn omgeving vond men christenen, en vooral protestanten, ontzettend schijnheilig.”

Heeft het met uw vak, cultuurgeschiedenis, te maken dat u zich tóch ging interesseren voor het christendom?

„Ik denk het wel. Geschiedenis studeren kan niet zonder in de Bijbel te lezen. Maar ik had al eerder een soort verlangen naar God. Misschien vinden mensen het heel vreemd als ik dit vertel, maar ik heb als kind altijd gebeden. Ik voelde dat ik me had te verantwoorden, dat voel ik nog steeds. Ik heb vaak behoefte om te biechten.”

Toch hebt u ook een tijd lang op kritische afstand van gelovigen gestaan. Hoe is dat veranderd?

„Ik was een paar jaar geleden vaak te gast bij de Humanistische Omroep in het radioprogramma OBA Live, waar het christendom, in het bijzonder de gereformeerde variant –met verwijzingen naar Staphorst en de SGP–, regelmatig werd neergezet als een probleem, als achterlijk of zelfs gevaarlijk voor de democratische rechtsstaat – om maar niet de problemen en vragen die de islam met zich meebrengt onder ogen te hoeven zien. Ik voelde me daar steeds ongemakkelijker bij. Door ontmoetingen met diezelfde christenen, mensen als Bart Jan Spruyt of jongeren uit SGP-kring, merkte ik dat ze wel degelijk zinnige dingen te zeggen hadden en dat ze zich er nooit gemakkelijk van afmaakten als ik vragen stelde.”

Waarom was dat zo’n verrassing?

„De seculier-liberale meerderheid in onze samenleving wenst niet te erkennen dat onze geletterdheid en onze vrijheden tot stand gekomen zijn dankzij –en niet ondanks– het christendom. Je merkt een toenemend ressentiment tegenover het christendom. Het wordt beschouwd als iets wat ervoor zorgt dat je niet van dit leven kunt genieten zoals dat zou moeten. Ik was vroeger ook door die houding beïnvloed, maar tegenwoordig weiger ik de geschiedenis en traditie van ons land en de westerse cultuur (inclusief de cultuur van heel gewone gelovige mensen) belachelijk te maken. Ik omarm die traditie liever, ook als ik sommige ideeën of gebruiken die eruit voortkomen niet helemaal begrijp.”

Een pleidooi voor cultuurchristendom?

„Ik denk dat het huis van onze samenleving instort als we onze fundamenten ontkennen en verwerpen.”

Maar kan cultuurchristendom ook na generaties nog overeind blijven, als het niet vanuit echt geloof gevoed wordt?

„Nee
, uiteindelijk niet. Daar denk ik ook wel over na. Iemand wees me een jaar of wat geleden op de preken van dominee Piet de Vries, die toen in de hersteld hervormde gemeente van Waarder stond. Die preken zijn voor mij heel belangrijk geweest, al kan ik niet precies uitleggen waarom. Op zondag ging ik speciaal voor de kerkdienst-via-internet zitten en ik vind het vreselijk jammer dat dat niet meer kan, sinds dominee De Vries naar een nieuwe gemeente vertrokken is. Ik dacht ook vaak: Ik heb een zwart hoedje, ik ga een keer naar zo’n kerkdienst in Waarder toe. Maar het is er nooit van gekomen. Ik was bang dat de mensen zouden denken: Wat doet díé nou in onze kerk?”

Iedereen mag toch de kerk binnenlopen en een dienst meemaken?

Ik heb altijd het gevoel dat ik het niet verdien. Daarom vind ik het Nieuwe Testament ook moeilijker te begrijpen dan het Oude. Ik noem mezelf christen, maar ik weet niet of ik dat recht heb. Ik heb vroeger vreselijke dingen geschreven.”

Schitterend dat Amanda Kluveld zich christin noemt. Laten we hopen dat ze geloofsgenoten ontmoet die haar helpen te begrijpen dat haar laatste opmerking een wezenlijke en universele christelijke ervaring is (vgl. Lc 5, 8-11) die geen belemmering is voor ons christen-zijn: sterker nog, als we het recht zouden moeten hebben verdiend ons christen te noemen, zou niemand christen kunnen zijn (en zou Christus dus ook niet verkondigd kunnen worden). Christen-zijn is roeping: de volstrekt onverdiende genade Hem te leren kennen - en ons 'ja' tegen die ontmoeting. Op elk moment.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen