woensdag 28 september 2011

"Er zijn geen heiligen (m.u.v. Maria) die nooit gezondigd hebben; Christus wil dat we met zijn hulp voortdurend weer òpstaan"

Zeer mooie toespraak van de paus tijdens de gebedswake met jongeren in Freiburg, afgelopen zaterdagavonde (in de vertaling van rkdocumenten.nl):
Beste jongeren!
Ik heb mij de gehele dag op deze avond verheugd, om hier met jullie samen te zijn en samen te bidden. Enkelen van jullie zijn ook bij de Wereldjongerendagen aanwezig geweest, waar wij de bijzondere sfeer van rust, de diepe gemeenschap en de innerlijke vreugde beleven mochten, die over een avondgebedswake ligt. Deze ervaring wens ik ons allen ook voor dit moment toe: dat de Heer ons aanraakt en tot blijde getuigen maakt, die met elkaar bidden en voor elkaar opkomen, niet alleen vanavond, maar ons gehele leven.
In alle kerken en kloosters, overal waar gelovigen voor het vieren van de Paasnacht bijeenkomen, wordt de heiligste aller nachten begonnen met het ontsteken van de Paaskaars, wiens licht dan aan alle aanwezigen uitgereikt wordt. Een onbeduidende vlam verspreidt zich tot een zee van licht en verlicht het donkere Godshuis. In deze wonderbare liturgische ritus, die wij in deze gebedsvigilie nagedaan hebben, openbaart zich ons in tekens, die meer zeggen dan woorden, het geheim van ons christelijk geloof. Hij, Christus, die van zichzelf zegt: “Ik ben het licht der wereld” (Joh. 8, 12), brengt ons leven tot licht, waardoor waar wordt wat we zojuist in het Evangelie gehoord hebben: ”Jullie zijn het licht der wereld” (Mt. 5, 14). Het zijn niet onze menselijke inspanningen of de technische vooruitgang van onze tijd, die licht in de wereld brengen. Steeds weer ondervinden wij dat onze moeite voor een betere en meer rechtvaardige ordening tegen grenzen aan stoot. Het lijden van onschuldigen en tenslotte de dood van ieder mens zijn een ondoordringbaar duister, dat misschien door nieuwe ervaringen voor een moment, zoals door een flits in de nacht, kan worden verlicht. Aan het einde blijft echter toch een beangstigende duisternis.
Het mag om ons heen donker en duister zijn, toch zien wij een licht: een kleine, nietige vlam, die sterker is dan die zo machtig en onoverkoombaar lijkende duisternis. Christus, die uit de doden opgestaan is, schijnt in deze wereld en juist daar het helderst, waar naar menselijk oordeel alles duister en uitzichtloos is. Hij heeft de dood overwonnen – Hij leeft – en het geloof in Hem doorbreekt als een klein licht alles wat duister en bedreigend is. Wie in Jezus gelooft, heeft zeker niet altijd zonneschijn in het leven, alsof lijden en moeilijkheden hem bespaard zouden blijven, maar er is dan altijd een helder licht, dat hem de weg wijst, de weg die voert naar het leven in overvloed. Wie in Christus gelooft, zijn ogen zien ook in de donkerste nacht een licht en zien reeds het lichten van een nieuwe dag.
Het licht blijft niet alleen. Eromheen vlammen meer lichten op. In hun schijn ontstaan in de ruimte contouren, zodat men zich oriënteren kan. Wij leven niet alleen op de wereld. Juist in de belangrijke dingen van het leven zijn wij op medemensen aangewezen. Zo staan wij juist in het geloof niet alleen, wij zijn leden van een grote keten van gelovigen. Niemand kan geloven, wanneer hij niet door het geloof van anderen gesteund wordt, en door mijn geloof draag ik wederom daartoe bij, de ander in zijn geloof te sterken. Wij helpen elkander een voorbeeld te zijn, laten de anderen met ons deelnemen, met onze gedachten, onze daden, onze toegenegenheid. En wij helpen elkaar onze weg te vinden, ons standpunt in de maatschappij gewaar te worden.
Lieve vrienden, “Ik ben het licht der wereld – jullie zijn het licht der wereld”, zegt de Heer. Het is betekenisvol en grootmoedig, dat Jezus van Zichzelf en van ieder van ons hetzelfde zegt, namelijk “licht te zijn”. Wanneer wij geloven dat Hij Gods Zoon is, die zieken geneest en doden opgewekt heeft, ja Zelf uit het graf is opgestaan en werkelijk leeft, dan begrijpen wij dat Hij het licht, de bron van alle lichten in deze wereld is. Wij daarentegen ondervinden echter steeds weer het falen van onze inspanningen en het persoonlijk tekort schieten, ondanks onze goede bedoelingen. De wereld, waarin wij leven, wordt ondanks de technische vooruitgang blijkbaar uiteindelijk niet beter. Nog steeds is er oorlog en terreur, honger en ziekte, bittere armoede en meedogenloze onderdrukking. En ook zij, die zich in de geschiedenis als “lichtbrengers” voorgedaan hebben, zonder echter door Christus, het enige ware Licht, ontstoken te zijn, hebben geen aards paradijs gebracht, maar dictaturen en totalitaire systemen gesticht, waarin zelfs de kleinste vonk van echte menselijkheid gesmoord werd.
Op dit punt aangekomen mogen we er niet over zwijgen, dat het kwaad bestaat. We zien het op zoveel plaatsen in deze wereld; wij zien het echter ook – en dat doet ons schrikken – in ons eigen leven. Ja, in ons eigen hart is er de neiging tot het kwade, het egoïsme, de afgunst, de agressie. Met een zekere discipline laat zich dat misschien nog in enige mate controleren. Moeilijker wordt het echter met een meer verborgen slecht-zijn, dat zich als een donkere nevel op ons kan leggen, en dat is de traagheid, de stroefheid om het goede te willen en te doen. Steeds weer in de geschiedenis hebben opmerkzame tijdgenoten hierop gewezen: de beschadiging van de kerk komt niet door haar tegenstanders, maar door de lauwe christenen. Maar hoe kan Christus dan zeggen dat de christenen en daarmee dus ook de lauwe christenen het licht der wereld zijn? Misschien zouden wij het begrijpen als Hij ons zou toeroepen: Bekeert jullie! Wees dat licht der wereld! Verander jullie leven, maak het helder en stralend! Moeten wij niet verbaasd staan dat de Heer geen appel op ons doet, maar zegt: Wij zijn het licht der wereld, wij verlichten, wij stralen in het donker?
Lieve vrienden, de heilige apostel Paulus schuwt niet om in veel van zijn Brieven zijn tijdgenoten, de leden van de plaatselijke gemeenschappen, “heiligen” te noemen. Hier wordt duidelijk dat iedere gedoopte – nog voordat hij goede werken kan doen – geheiligd is door God. In de doop ontsteekt de Heer als het ware een licht in ons leven, dat de Catechismus de heiligmakende genade noemt. Wie dit licht bewaart, wie in genade leeft, die is heilig.
Lieve vrienden, steeds weer wordt het beeld van de heiligen tot karikatuur gemaakt en misvormd, alsof heilig-zijn betekent, wereldvreemd, naïef en vreugdeloos zijn. Niet zelden meent men dat een heilige alleen iemand is die ascetische en morele hoogprestaties volbrengt en die men daarom wel vereert, maar in het eigen leven toch niet na kan doen. Hoe verkeerd en ontmoedigend is deze mening! Er zijn geen heiligen, met uitzondering van de heilige Maagd Maria, die niet ook de zonden gekend en nooit gevallen zouden zijn. Lieve vrienden, Christus let niet zozeer erop hoe vaak wij in het leven struikelen, maar hoe vaak wij met zijn hulp weer opstaan. Hij eist geen schitterende prestaties, maar zou graag willen dat zijn licht in jullie schijnt. Hij roept jullie niet omdat jullie goed en volmaakt zijn, maar omdat Hij goed is en jullie tot zijn vrienden wil maken. Ja, jullie zijn het licht der wereld, omdat Jezus jullie licht is. Jullie zijn christenen, niet omdat jullie iets bijzonders en uitmuntends doen, maar omdat Hij, Christus, jullie, ons leven is. Jullie zijn heilig, wij zijn heilig, wanneer wij zijn genade in ons laten werken.
Lieve vrienden, op deze avond, waar wij ons in gebed voor de Heer verzamelen, vermoeden wij de waarheid achter Christus’ Woord, dat de stad op de berg niet verborgen kan blijven. Deze bijeenkomst schittert in meerdere betekenissen van het woord – in de schijn van ontelbare lichtjes, in de glans van zoveel jonge mensen die in Christus geloven. Een kaars kan slechts dan licht geven, wanneer zij zich door de vlam laat verteren. Zij blijft nutteloos wanneer haar was niet de vlam voedt. Laat toe dat Christus in jullie brandt, ook wanneer dat vaak offers en afzien kan betekenen. Wees niet bang dat jullie iets zouden kunnen verliezen en aan het einde om zo te zeggen leeg zouden uitdoven. Hebt de moed om jullie talenten en gaven voor Gods Rijk in te zetten en jullie over te geven – zoals de was van een kaars – waardoor de Heer door jullie het donker licht maakt. Durf het aan om gloeiende heiligen te zijn, in wier ogen en harten Christus’ liefde straalt en die zo de wereld licht brengen. Ik vertrouw erop dat jullie en vele andere jonge mensen hier in Duitsland lichten van hoop zijn, die niet verborgen blijven. “Jullie zijn het licht der wereld”. Waar God is, daar is toekomst! Amen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen