vrijdag 2 september 2011

Men scheurt "het nieuwe kleed stuk, terwijl de lap van het nieuwe toch niet bij het oude past"

Het euthanasiasme wordt in de Nederlandse politiek nog dagelijks bevorderd, constateert Esther Boom in een artikel op De Dagelijkse Standaard, dat aldus eindigt:
Een bijkomend probleem is dat euthanasie vaak afgeschilderd wordt als 'een waardig levenseinde', onder meer door het Humanistisch Verbond. Dit kan voor patiënten de motivatie tot euthanasie vervuilen: niet alleen het lijden, maar ook schaamte gaan dan een rol spelen. Dat maakt een overweging voor de twijfelende arts nog moeilijker, en morele druk om de wil van de patiënt te volgen is daarbij niet wenselijk. De misvatting dat het niet waardig zou zijn om zwak, ziek en hulpeloos te zijn ondermijnt de waarde van het menselijk leven, terwijl juist de kwetsbare aspecten daarvan tot respect oproepen.
Euthanasieverzoeken zijn niet nieuw, net zo min als ouderdom, lijden, neerslachtigheid, eenzaamheid, ernstige lichamelijke en geestelijke klachten, verdriet, aftakeling nieuw zijn. 'Nieuw' is dat er nu door artsen op ingegaan wordt. De heidense arts Hippocrates liet zijn leerlingen zweren:
Ik zal niemand een dodelijk geneesmiddel toedienen, ook niet aan iemand die dit van mij vraagt; zelfs een aanwijzing in die richting zal ik niet verstrekken.
Het menselijk lijden is niet nieuw. Maar men besefte dat het menselijk leven desondanks de moeite waard is, een belofte in zich bergt, heilig is, niet aangeraakt mag worden. Zelfs niet als iemand dit van mij vraagt. Zelfs een aanwijzing in die richting zal ik niet verstrekken.

Wel nieuw was,
2000 jaar geleden,
dat dit alles niet zonder hoop is, een betekenis heeft.

Nu we Christus de rug toegekeerd hebben, is onze hoop verdwenen; en het lukt ons als samenleving niet om terug te keren naar het edele heidendom: we gaan naar de wanhopigste barbarij. Want "een eenmaal christelijke samenleving kan niet meer 'puur' heidens worden, net zo min als een eenmaal gehuwde vrouw haar maagdelijkheid kan terugkrijgen" (C.S. Lewis).

Ze moet - om uit de crisis te geraken - zich eerlijk rekenschap afleggen van wat haar overkomen is, en er (weer) de betekenis - en grootsheid - van gaan inzien.

Ostendat Dominus faciem suam nobis, et misereatur nobis.
Convertat Dominus vultum suum ad nos, et det nobis pacem.

Zie ook Eindelijk enige ruggengraat van Louis van Overbeek in het Katholiek Nieuwsblad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen