vrijdag 31 mei 2013

Is het recht van kinderen om op te groeien in een gezin ondergeschikt aan het recht van ouders om uit elkaar te gaan?

In Elsevier van deze week (papieren editie, p. 9) pleit redacteur Jean Dohmen voor de afschaffing van wat hij "leedsubsidie" noemt:
Het drama rond de door hun vader vermoorde broertjes Ruben en Julian uit Zeist heeft in Nederland terecht een discussie op gang gebracht over de gevolgen van echtscheidingen waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Ook als ouders niet compleet de weg kwijtraken in een uit de hand gelopen vechtscheiding, zijn de consequenties voor de kinderen vaak niet te overzien.
Ook de maatschappij betaalt een hoge prijs. Echtscheidingen kosten de samenleving handenvol geld, niet alleen door de inzet van hulpverleners, de kosten van rechtsbijstand of extra uitgaven aan uitkeringen, maar ook door hogere ziektekosten of een hoger verzuim op het werk. Ook op de lange termijn betaalt de maatschappij een prijs. Er zijn rapporten vol geschreven over de ontwrichtende gevolgen die echtscheidingen hebben voor kinderen. Ze krijgen vaker psychische problemen, gaan minder presteren op school, vertonen gedragsproblemen en hebben meer problemen met relaties. Kinderen van gescheiden ouders, zo blijkt uit onderzoek van enkele jaren geleden, lopen een grotere kans om op het verkeerde pad te raken.
Harde cijfers over het aantal kinderen dat jaarlijks betrokken is bij echtscheidingen, zijn er niet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert alleen officiële echtscheidingen. Daarbij zijn samenwonende ouders die ieder huns weegs gaan niet meegeteld. In 2011 waren bij 18.713 van de 32.510 officiële echtscheidingen minderjarige kinderen betrokken. Schattingen gaan uit van 70.000 kinderen per jaar die te maken krijgen met ouders die, getrouwd of samenwonend, uit elkaar gaan. Uit de cijfers van het CBS blijkt dat het aantal echtscheidingen waarbij kinderen betrokken zijn, de laatste jaren toeneemt.
De rol van de overheid daarbij is dubieus. Financiële drempels om uit elkaar te gaan, zijn bewust verlaagd. Op die manier faciliteert de overheid echtscheidingen, die diezelfde overheid en de maatschappij vervolgens geld kosten. [...]
Paradoxaal genoeg zijn de inspanningen in Nederland voornamelijk gericht op het leven ná de echtscheiding en niet op het voorkomen van het verbreken van de relatie. Dat ouders nooit meer door één deur kunnen, wordt al snel als fait accompli gezien. Op het voorkomen van scheidingen waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, rust in Nederland een taboe, zoals de in 2008 gestorven hoogleraar gezinssociologie Kees de Hoog enkele jaren voor zijn overlijden constateerde.
Dat roept allerlei ongemakkelijke vragen op. Zoals: is het recht van kinderen om op te groeien in een gezin ondergeschikt aan het recht van ouders om uit elkaar te gaan? Zijn al die relaties inderdaad zo duurzaam ontwricht als de ouders beweren? Waarom kunnen ouders eigenlijk niet worden verplicht om relatietherapie te volgen? Is dat te veel gevraagd van mensen die er enkele jaren eerder voor kozen om samen een kind op de wereld te zetten?
Natuurlijk zijn er ook situaties waarin het wel beter is voor kinderen als ouders uit elkaar gaan. Als er sprake is van ernstige mishandeling of huiselijk geweld is thuis mogelijk niet de veilige plek die het zou moeten zijn. Maar bij hoeveel van de 18.713 door het CBS geregistreerde scheidingen met kinderen zou dat in 2011 het geval zijn geweest? Het zijn vragen die in een sterk geïndividualiseerde samenleving als de Nederlandse op gefronste wenkbrauwen kunnen rekenen. Burgers vinden dat de overheid zich niet met hun privéleven mag bemoeien. Maar dat diezelfde overheid vervolgens meebetaalt aan de kosten van hun echtscheiding, wordt volstrekt normaal gevonden. De minderjarige kinderen hebben, onmondig als ze zijn, het nakijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen