zaterdag 23 april 2011

Ons leven is groter dan onze navel

Uit de 'Paasbrief aan de Nederlanders' van priester Antoine Bodar in de Volkskrant:
Wie nooit meer van Christus hoort, kan onmogelijk geloven. En dat is de heden verworven armoede dank zij slecht of helemaal geen onderwijs in godsdienst, tenzij om daarvan de betrekkelijkheid in stelligheid vast te stellen. [...]
Het Christelijke geloof, dat in cultuur nog altijd de identiteit van Europa bepaalt omdat het haar wortels zijn – zij het onder toevoeging van het eertijds Christelijke humanisme en de nu stilaan ouderwetse Verlichting – wordt over de gehele wereld steeds meer ontdekt. Alleen in West-Europa en met name in Nederland lijkt het Christendom te verdwijnen.
De Kerk viert met Pasen dat Jesus Christus, de Zoon Gods, geboren als mens om ons door de kruisiging bij God terug te brengen, is verrezen. Zou hij niet verrezen zijn, Jesus zou een voortreffelijke profeet kunnen zijn, vergelijkbaar met vele door de tijd heen, meer niet.
Wie weet bij ons nog dat Pasen het hoogfeest beduidt van de door Christus bewerkstelligde verzoening van de mensheid met God en aldus van de overwinning van het leven op de dood, van het goed op het kwaad? Maar wie wil dat eigenlijk nog werkelijk weten? Weinigen in Nederland, vermoed ik. Juist de volheid van de Christelijke verkondiging irriteert het merendeel van ons vaderlanders – vooral van bekende Nederlanders onder ons die vooraan plegen te staan andere landgenoten van eigen overtuiging kond te doen. Waarom? Het is dat persoonlijke en gans eigen gelijk hebben. Dat heet persoonlijke vrijheid, om niet te zeggen privacy. De aanspraak op de waarheid die Christus is klinkt te absoluut. Want wat is waarheid? Behoort niet alles betrekkelijk te zijn? Wij weten toch dat wetenschap elk geloof overbodig heeft gemaakt. Geloof is primitief, wetenschap is verlicht. Wij zijn onze hersenen en brengen onze horizon van denken terug tot de strengste uitleg van Calvinisme, zij het in geseculariseerde zin. Wij verlaten ons op determinisme en vanuit determinisme op materialisme. Al eisen we de ongebreidelde vrijheid voor ons zelf op, toch ontkennen we de vrijheid van wil. Paradoxale redenering zoals het leven zelf paradoxaal is. Wij weten dat het polderleven plat is en wij schikken ons daarin met overtuiging. Want wij zijn nuchter en realistisch. Wat we waarnemen, nemen we aan. Wat we niet zien, geloven we niet. Wat we niet kunnen beredeneren, bestaat voor ons niet. [...]
Tegenwoordig durft de meerderheid van de Christenen, in naar elkaar toe groeiende eenheid, niet meer voor haar geloof uit te komen. De Christen heden moet zich jegens de ongelovige voor zijn geloof verantwoorden. In schaamte stamelt hij. Hij is de moed verloren. Hij doet er bij voorkeur het zwijgen toe. [...]
De toekomst is aan niet aan de vrijzinnigheid maar aan de orthodoxie. Vrijzinnigheid leidt naar het winkelbedrijf van de te kiezen prettigheden. Orthodoxie anderzijds kan alleen bloeien in mildheid, in overtuiging dat alle mensen door God worden bemind, in benul dat geloof een geschenk is dat wel verplicht maar niet anderen kan verplichten. [...]
Van meetaf aan evenwel blijft dit het begrip van de gezamenlijke Christenheid: Ofschoon de Kerk zich altijd moet hervormen, zal zij dat alleen in ondergeschiktheden kunnen doen, nooit in de kern van hetgeen haar is toevertrouwd. Zij moet trouw blijven aan de haar door Christus opgedragen taken als voertuig tot Hem. [...]
Waarom het Christendom vaak zo agressief bejegend en niet daaruit het goede en het schone en het ware genoten waardoor wij in ons zelf meer vrede en dus tevredenheid zouden ontdekken en niet louter behoeven te leven van hype en voetbal. Maar zou het ook niet helpen ons eigen te ver voortgeschreden provincialisme nader te beschouwen en zo te overwinnen. Ondanks het Amerikanisme is Nederland de internationale blik kwijt geraakt. Het staart naar de eigen voortreffelijke navel en vergeet het niet verre verleden, toen wij bereid waren de Europese cultuur van elders – de Franse, de Duitse, de Britse ten minste – te wegen en die met onze eigen vaderlandse, toch wat al te mercantiele cultuur te verweven. Zou het niet de moeite waard zijn het gezin van vader en moeder en kinderen opnieuw in het middelpunt van maatschappelijke opbouw te plaatsen? Ik geef toe dat daartoe durf moed wordt vereist. Maar zonder durf verliezen wij moed en zonder moed blijft lef achter gerechtigheid volledig te betrachten en schranderheid na te leven. [...]
Staat geloof tegenover rede, zoals ons, Christenen, steeds door anderen wordt aangewreven en ingepeperd? Groter onzin nimmer vernomen. Mij beperkend binnen de ene Christenheid tot de bedding van de Kerk van Rome, de Moederkerk, weet ik dit: Niets wat in wetenschap ontdekt kan worden staat tegenover ons geloof. De eventueel klemmende kwestie is een andere: Alles, wat wetenschappelijk kan, moet dat ook? Dat is de vraag. En die vraag betreft niet de wetenschap maar de moraal.
Opdracht aan elke wetenschap is de waarheid te vinden. De wil om de waarheid te vinden behoort ook tot het onderzoek van filosofie, de wetenschap die niet alleen betrekking heeft op kennisleer en logica maar ook op zijnsleer en zingeving. En dat laatste is tevens het terrein van theologie en godsdienstwetenschap die in de vraag naar God in enen de vraag naar de mens stellen.
Ook al zouden wij onze hersenen zijn, wat zegt dat over mijn bestaan, mijn omgang met andere mensen, de dood die mij wacht en de vreugde die ik beleef aan liefde en vriendschap en schoonheid? Niets. Kennis is nog geen wijsheid. Laten we ons maatschappelijk niet al te zeer leiden door de natuurwetenschappen die maar een gedeelte van de werkelijkheid onderzoeken? [...]
In het onlangs ook in het Nederlands verschenen interview-boek met Benedictus XVI, Licht der Welt (Licht van de Wereld), legt de journalist Peter Seewald de paus deze uitspraak van de kernfysicus Werner Heisenberg voor: ‘De eerste slok uit de beker van de natuurwetenschappen maakt atheïstisch – maar op de bodem van de beker wacht God.’ Benedictus XVI reageert zo: ‘Slechts zo lang men bedwelmd is door het eigen wetenschappelijk inzicht, zegt men: “Meer is niet mogelijk; we weten nu alles.” Maar wanneer men de ongehoorde grootsheid van het geheel op het spoor komt, reikt de blik verder en komt de vraag op naar een God van Wie alles komt.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen