zaterdag 6 november 2010

"Al kan niemand uitleggen wat er nu eigenlijk mis is aan die opvattingen"

Het artikel in De Standaard De moed van de aartsbisschop door Gerard Bodifée, Vlaams astrofysicus, filosoof en publicist, verdient het in zijn geheel geciteerd te worden:
Welke misdaden heeft spookrijder Léonard op zijn geweten? Hier volgt een greep uit de lijst. Léonard heeft gezegd dat aids een natuurlijk gevolg van promiscuïteit kan zijn. Hij vindt dat heteroseksualiteit een pleonasme is (hij houdt van geleerde woorden). Hij beweert dat godsdienstlessen in het katholiek onderwijs onvoldoende kennis van de katholieke godsdienst bijbrengen. Hij wil niet dat hoogbejaarde priesters die zich veertig jaar geleden misdragen hebben nu nog aan de schandpaal genageld worden. En meer.
Daarop barst een storm los. De andere bisschoppen distantiëren zich van deze uitspraken. Kerk en Leven neemt de aartsbisschop zwaar op de korrel. ‘Wij lusten deze man niet', roept Rik Torfs in naam van ons allemaal. Geen enkele vooraanstaande katholiek steunt hem nog, meent de populaire kerkkenner ook te weten.
Dat kan allemaal waar zijn, maar ondertussen vraag ik me af wat er mis is met deze uitspraken. Dat tussen losbandig seksueel verkeer en de kans op besmetting met hiv een statistisch verband bestaat, zoals tussen longkanker en roken, is een wetenschappelijk feit. Waarom mag het eerste niet gezegd worden, en staat het tweede verplicht op elk pakje sigaretten? Waarom moeten homoseksuelen zich dan gekrenkt voelen? Dat Léonard in dit verband van een 'natuurlijke gerechtigheid' sprak, mag niet verbazen. Het begrip behoort tot de grondgedachten van de westerse beschaving en is er nooit uit verdwenen. Vijfentwintig eeuwen geleden sprak Anaximander van de 'ongerechtigheid' van het bestaan, en vandaag vindt men deze opvatting terug in het ecologisch moralisme. Wie de natuur beschadigt, gedraagt zich onbehoorlijk en begaat een ongerechtigheid tegenover de aarde. De formulering is misschien wat stroef, maar dat is het ergste wat men de aartsbisschop kan verwijten.
Degenen die zich opwinden over de bejaarde paters en pastoors die hun straf ontlopen door het milde gebaar van Léonard, moeten hun woede in de eerste plaats op de burgerlijke justitie richten, want die verklaart eenvoudig álle feiten verjaard.
En wat betreft de mening van de aartsbisschop over het godsdienstonderricht, daarover hoeft niemand zich te ergeren. Alleen de feiten tellen. Om die te kennen moet men alleen maar aan een willekeurige laatstejaars van een katholieke school vragen wat een eucharistie is, wie Thomas van Aquino was, of hoe men een profeet van een populist onderscheidt. De antwoorden spreken dan wel voor zichzelf.
De rooms-katholieke Kerk wordt een strakke, autoritaire houding verweten. Men kan zich over dat verwijt verbazen in een samenleving die aan de ene kant meer democratie in de Kerk eist, en aan de andere kant zelf de beginselen van de democratie schendt door meningen te verbieden en strafbaar te stellen.
Binnen de moderne samenleving is er één autoriteit die geen tegenspraak duldt, één god die iedereen moet gehoorzamen, en dat is de heersende progressieve, libertijnse tijdgeest. Ook al is die geest wispelturig en kort van geheugen over eigen opvattingen, zijn macht is absoluut. Deze heerser, die vrijheid voorspiegelt maar in werkelijkheid voorschrijft wat we mogen denken, spreekt via alle kanalen van de media en de amusementsindustrie. De boodschap is duidelijk: er is een nieuwe tijd aangebroken met een nieuwe waarheid en een nieuwe zaligheid. Het deert niet dat de nieuwe hemel ongeveer overeenstemt met de oude hel; dat vergroot alleen maar het plezier. Storend is misschien dat er ook mensen omkomen in het nieuwe paradijs. Nooit eerder gingen zoveel jongeren ten onder aan drogering, depressie en zelfmoord, maar dat mag geen reden zijn om te twijfelen aan het nieuwe geloof.
Léonard gelooft in een andere God. Dat is zijn misdaad. Hij verzet zich tegen het geloof in een nietsontziende progressiviteit. Hij is gewoon nog een katholiek, zoals er al tweeduizend jaar bestaan. Maar dat kan niet meer. Daarmee krenkt hij de mensen. Daarvoor moet hij boeten. De haat van de progressieve opiniemakers tegenover deze man die moedig stand houdt is groot. Dat was al zo nog vóór zijn aanstelling als aartsbisschop, lang vóór hij de gehekelde uitspraken had gedaan, omdat zijn opvattingen bekend waren. Al kan niemand uitleggen wat er nu eigenlijk mis is aan die opvattingen.

Zie over de "Belgische kwestie" ook dit commentaar van Jan Peeters in het Katholiek Nieuwsblad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen