vrijdag 21 mei 2010

De katholiek en "de regels"

Uit een brief van Charles Péguy, een maand voor zijn dood aan het front in de Eerste Wereldoorlog:
Als je meeste vrienden protestanten of joods zijn, zoals bij mij het geval is, dan ontdek je al gauw, dan weet je dat zij zich niet kunnen voorstellen wat een katholiek is. En protestanten zijn nog verder weg, kunnen hem zich nog minder voorstellen dan joden. Ze denken de katholiek te kennen, hem te begrijpen, zich tegen hem af te zetten, hem te bestrijden. In werkelijkheid kènnen ze hem niet alleen niet, begrijpen ze hem niet alleen niet, maar zien ze hem niet, kunnen ze hem zich niet voorstellen. Deze kenmerkende soort gratuïteit die er in de katholiek is. En hier raken we bijvoorbeeld één van de onderscheidende punten, een van de tekenende punten, een van de punten waarop protestanten zich niet kunnen voorstellen wat een katholiek is. Protestanten zijn mensen die zelf hun eigen wegwijzers maken. En ze hebben allemaal hun eigen wegwijzer. En ze maken ze niet alleen, maar ze rechtvaardigen ze voortdurend.
Een katholiek daarentegen (maak ik me duidelijk? alleen katholieken kunnen mij begrijpen), een katholiek is een jongen die op de weg komt en die de wegwijzer die er staat voor iedereen, ook prima vindt voor zichzelf. En wat meer is, hij raadpleegt de wegwijzers die er voor iedereen staan zelfs niet om te weten wat de weg is. Hij kent de weg goed, hij weet de weg, hij ziet hem, hij doet als iedereen, volgt als iedereen. De weg is duidelijk. Hij raadpleegt de wegwijzers om een bepaalde vreugde te ervaren, die een rituele vreugde is van de weg.
Een bepaalde niet uitwisselbare rituele vreugde, onbekend aan wie niet katholiek is, een vreugde van de rite en van de gemeenschap, een vreugde van de parochie.
En die een niet-katholiek zich niet kan voorstellen, zich niet eens kan indenken.
Een bepaalde rituele vreugde die niet aan anderen over te dragen is.
Een vreugde zonder bepaald nut, een gratuïte vreugde, een overbodige vreugde.
De enige vreugde.
Alle andere zijn slechts praktijken.
Dit is de diepe (de enige, de onherroepelijke) incommunicabiliteit tussen de katholiek en alle anderen samen (behalve misschien de jood). De katholiek volgt de wereld. Terwijl protestanten elk hun eigen wegwijzer opstellen. De katholiek gebruikt de wegwijzers die er zijn. Hij weet dat er ingenieurs, wegwerkers, leidinggevenden van de openbare werken zijn. Leidinggevenden, een bewonderenswaardig woord. We weten niet of ze leiding geven aan de weg of dat ze eenvoudigweg hun ondergeschikten leiden. De katholiek raadpleegt de wegwijzers enkel om ze te raadplegen... zaterdag 1 augustus 1914.
(Ch. Péguy, Oeuvres en prose complètes, v. III, Parijs 1992, pp. 1476-1477)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen