vrijdag 18 februari 2011

Petrus Canisius

De woensdagcatechese van de paus lijkt het thema 'middeleeuwse heilige vrouwen' afgesloten te hebben en overgegaan te zijn op 'heiligen van de nieuwe tijd'. Vorige week sprak Benedictus over Petrus Canisius, iemand uit onze streken (de vertaling is van rkdocumenten.nl).
Ik zou u vandaag willen spreken over de heilige Peter Kanis, of Canisius, de gelatiniseerde vorm van zijn familienaam, een heel belangrijke figuur uit het katholicisme van de XVIe eeuw. Hij werd op 8 mei 1521 in Nijmegen, Nederland, geboren. Zijn vader was burgemeester van de stad. Toen hij student was aan de universiteit van Keulen, bezocht hij de kartuizermonniken van de H. Barbara, een dynamisch centrum van katholiek leven, en ook andere vrome mannen die de spiritualiteit volgden van wat men noemt, de moderne devotie. Hij trad in bij de Sociëteit van Jezus op 8 mei 1543 in Mainz (Rijnland-Palts), na de Geestelijke Oefeningen gedaan te hebben onder leiding van de zalige Petrus Faber, één van de eerste gezellen van de heilige Ignatius van Loyola. Een jaar na zijn priesterwijding, die plaatshad in juni 1546 te Keulen, nam hij als theoloog van de bisschop van Augsburg, kardinaal Otto Truchsess von Waldburg, deel aan het Concilie van Trente, waaraan hij met twee medebroeders, Diego Lainez en Alfonso Salmeron, meewerkte.
In 1548 liet de heilige Ignatius hem in Rome zijn spirituele vorming beëindigen en zond hem vervolgens naar het college van Messina om er nederige huistaken te verrichten. Met een doctoraat in theologie aan de universiteit van Bologna, dat hij behaalde op 4 oktober 1549, bestemde de heilige Ignatius hem voor het apostolaat in Duitsland. Op 2 september van datzelfde jaar bezocht hij Paus Paulus III in Castelgandolfo en begaf zich vervolgens naar de Sint-Pietersbasiliek om er te bidden. Daar smeekte hij de hulp af van de grote heilige apostelen Petrus en Paulus, opdat zij aan de Apostolische Zegen blijvende uitwerking zouden verlenen ten bate van zijn grote bestemming, zijn nieuwe zending. In zijn dagboek noteert hij enkele zinnen van dat gebed. Hij zegt:
“Ik heb toen gevoeld dat mij grote steun en de aanwezigheid van de genade gegeven werden door tussenkomst van deze voorsprekers (Petrus en Paulus). Zij bevestigden mijn zending in Duitsland en het leek of zij mij als apostel van Duitsland de steun gaven van hun welwillendheid. Gij weet, Heer, op hoeveel manieren en hoe dikwijls Gij mij diezelfde dag Duitsland hebt toevertrouwd, waarvoor ik mij zal laten aansporen, waarvoor ik zal verlangen te leven en te sterven”.
We moeten rekening houden met het feit dat wij ons in de tijd van de Lutherse Hervorming bevinden, toen het katholieke geloof in de Germaanse landen leek uit te doven tegenover de aantrekkingskracht die de Hervorming uitoefende. De taak van Petrus Canisius, belast met de heropleving, de vernieuwing van het katholieke geloof in de Germaanse landen, was bijna onmogelijk. Het kon alleen door de kracht van het gebed. Het was alleen mogelijk vertrekkend vanuit de kern, namelijk vanuit een diepe persoonlijke vriendschap met Jezus Christus; een vriendschap met Christus in Zijn lichaam, de Kerk, die gevoed moet worden door de Eucharistie, Zijn werkelijke aanwezigheid.
De zending volgend die hij van Ignatius en van paus Paulus III gekregen had, vertrok Petrus Canisius naar Duitsland en begaf zich eerst naar het hertogdom Beieren, waar hij zijn ambt vele jaren heeft uitgeoefend. Als decaan, rector en vicekanselier van de universiteit van Ingolstadt was hij begaan met het academisch leven aan het Instituut en de godsdienstige en morele hervorming van het volk. In Wenen, waar hij korte tijd administrator van het bisdom was, oefende hij zijn pastoraal ambt uit in hospitalen en gevangenissen, zowel in de stad als op het platteland, en bereidde hij zijn Catechismus voor. In 1556 stichtte hij het college van Praag en tot 1569 was hij de eerste overste van de jezuïetenprovincie in Hoogduitsland.
In het kader van deze opdracht vormde hij in de Germaanse landen een dicht netwerk van gemeenschappen van zijn Orde, vooral colleges, die vertrekpunten werden voor de katholieke hervorming, de vernieuwing van het katholieke geloof. In die tijd nam hij ook deel aan de gesprekken van Worms met protestantse leiders, onder wie Filip Melanchton (1557), was hij pauselijk nuntius in Polen (1558), nam hij deel aan de twee Rijksdagen van Augsburg (1559 en 1565), vergezelde hij kardinaal Stanislas Hozjusz, legaat van paus Pius IV bij keizer Ferdinand (1560) en sprak hij op de slotbijeenkomst van het Concilie van Trente, waar hij sprak over de kwestie van de Communie onder twee gedaanten en de index van verboden boeken (1562).
In 1580 trok hij zich terug in Freiburg, Zwitserland, waar hij zich helemaal wijdde aan prediking en het schrijven van boeken; daar stierf hij op 21 december 1597. Hij werd zalig verklaard door Pius IX in 1864, werd in 1897 door Paus Leo XIII uitgeroepen tot Tweede Apostel van Duitsland en door Paus Pius XI in 1925 heilig verklaard en uitgeroepen tot Kerkleraar.
De heilige Petrus Canisius was een groot deel van zijn leven in contact met de grootste sociale persoonlijkheden uit die tijd en had vooral invloed door zijn geschriften. Hij heeft de volledige werken uitgegeven van de heilige Cyrillus van Alexandrië en van de heilige Leo de Grote, de Brieven van de heilige Hiëronymus en de Gebeden van de heilige Nicolaas van Flue. Hij publiceerde devotieboeken in meerdere talen, biografieën van meerdere Zwitserse heiligen en vele teksten over homiletiek. Maar zijn meest verspreide teksten waren de drie Catechismussen die hij schreef tussen 1555 en 1558. De eerste Catechismus was voor studenten bestemd die elementaire begrippen van theologie konden begrijpen; de tweede voor een eerste godsdienstonderricht aan jongeren; de derde voor jongeren met een schoolopleiding van het secondaire en hogere niveau. De katholieke leer werd uiteengezet in de vorm van vraag en antwoord, kort, in Bijbelse termen, zeer helder en zonder enig polemisch accent. Nog tijdens zijn leven kende deze Catechismus reeds meer dan 200 oplagen! En honderden oplagen zijn daarop gevolgd tot in de XXe eeuw. Mensen in Duitsland, van de generatie van mijn vader, noemden de Catechismus gewoon de Canisius: hij is werkelijk de catechismus doorheen de eeuwen, hij heeft eeuwenlang het geloof van de mensen gevormd.
Het is een karakteristiek van de heilige Petrus Canisius: trouw aan dogmatische principes harmonieus weten te koppelen aan de eerbied die men verschuldigd is aan elke persoon. De heilige Canisius heeft het onderscheid gemaakt tussen bewuste, schuldige geloofsafvalligheid en onschuldig verlies van het geloof door de omstandigheden. En hij verklaarde aan Rome, dat de meerderheid van de Duitsers die tot het protestantisme waren overgegaan, daaraan geen fout hadden. Op een historisch moment van krachtige confessionele tegenstellingen, vermeed hij – en dat is buitengewoon – scherpheid en de retoriek van de woede – wat zoals ik zei, zeldzaam is in die tijden van discussies onder de christenen – en hij beoogde uitsluitend de spirituele wortels en de heropleving van het geloof binnen de Kerk. Daartoe diende zijn uitgebreide en diepe kennis van de Heilige Schrift en de Kerkvaders: op die kennis steunde ook zijn persoonlijke relatie met God en de spirituele strengheid die hij van de moderne devotie en de Rijnlandse mystiek had meegekregen.
De spiritualiteit van de heilige Canisius is gekenmerkt door diepe persoonlijke vriendschap met Jezus. [...] Zijn vriendschap met Christus [...], gevoed door liefde voor de Bijbel, liefde voor het Sacrament, liefde voor de Kerkvaders, was duidelijk verenigd met het besef dat hij in de Kerk de zending voortzette van de apostelen. En dat herinnert ons eraan dat elke authentieke evangelist steeds een instrument is – en dat maakt hem juist vruchtbaar – verenigd met Jezus en Zijn Kerk. [...]
Het voorbeeld dat de heilige Petrus Canisius ons niet alleen in zijn werken, maar vooral door zijn leven heeft nagelaten, is tegelijk steeds actueel en van blijvende waarde. Hij onderricht klaar en duidelijk dat het apostelambt slechts impact heeft en in de harten vruchten voortbrengt voor het heil, indien de prediker een persoonlijke getuige van Jezus is en een instrument dat te Zijner beschikking weet te zijn, eng met Hem verenigd door het geloof in Zijn Evangelie en in Zijn Kerk, door een leven dat moreel coherent is en door gebed dat even onophoudelijk is als de liefde. En dat geldt voor elke christen die zijn aanhankelijkheid aan Christus geëngageerd en trouw wil beleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen