vrijdag 18 mei 2012

We hebben een lange weg te gaan

Vertaling van een ingezonden stuk van Julián Carrón, president van de Fraterniteit van Gemeenschap en Bevrijding, in het Italiaanse dagblad La Repubblica van 1 mei 2012:
Geachte redactie,
Het lezen van de kranten dezer dagen heeft me een onuitsprekelijke pijn gegeven bij het zien van wat we gedaan hebben met de genade die we hebben ontvangen. Als de beweging van Gemeenschap en Bevrijding voortdurend vereenzelvigd wordt met de aantrekkingskracht van macht, geld, levensstijlen die niets te maken hebben met wat we ontmoet hebben, dan zullen we wel enige aanleiding gegeven hebben. En dit ofschoon CL buiten welke verduistering dan ook staat en nimmer een ‘machtssysteem’ opgezet heeft. Evenmin doen hier afbreuk aan overigens legitieme overwegingen met betrekking tot de verbijsterende manier waarop deze informatie verspreid wordt, door middel van een inmiddels door iedereen geaccepteerde schending van de in de Grondwet voorziene procedures en waarborgen.
De ontmoeting met don Giussani is voor ons de mogelijkheid geweest het christendom te ontdekken als een werkelijkheid die even aantrekkelijk als wenselijk is. Daarom is het een grote vernedering te moeten constateren dat af en toe de fascinatie van het begin voor ons niet voldoende geweest is om ons te bevrijden van de bekoring van zuiver menselijke succes. Onze aanmatiging, te denken dat die oorspronkelijke fascinatie alléén genoeg zou zijn, zonder de noodzaak ons te engageren in een werkelijke navolging, heeft gevolgen die ons ontstellen.
Het feit dat don Giussani ons tot zijn dood getuigd heeft wat ons leven zijn kan wanneer het gegrepen wordt door Christus, toont dat aan zijn christelijke voorstel niets ontbreekt. Velen die hem gekend hebben, bevestigen wat wij, zijn kinderen, in een meer of minder nauw samenleven met hem hebben kunnen genieten: dat zijn persoon ‘overstroomde’ van Christus. Deze overtuiging heeft ons ertoe gebracht de opening te vragen van het zaligverklaringsproces, zeker van het goede dat don Giussani voor de Kerk is geweest en is, om te antwoorden op de uitdagingen waarmee het christendom vandaag de dag geconfronteerd wordt. We vragen vergeving als we de gedachtenis van don Giussani schade toegebracht hebben met onze oppervlakkigheid en ons gebrek aan navolging. Het is de taak van rechters om te bepalen of bepaalde door sommigen begane fouten ook misdrijven zijn. Van de andere kant kan iedereen beoordelen of we, te midden van vele fouten, erin geslaagd zijn een zekere bijdrage te leveren aan het algemeen welzijn.
Wanneer een ledemaat lijdt, lijdt het hele lichaam mee, heeft sint Paulus ons geleerd. Wij, de leden van dit lichaam dat Gemeenschap en Bevrijding is, lijden mee met degenen die in de schijnwerpers van de media staan, bewust van onze zwakheid, dat we jegens hen niet in voldoende mate getuigen zijn geweest; en dit maakt ons bewuster van de behoefte die ook wij hebben aan de barmhartigheid van Christus. Echter, met dezelfde loyaliteit waarmee we onze fouten erkennen, moeten we ook toegeven dat we de ontmoeting die ons gebeurd is en die ons voor altijd gevormd heeft, niet uit de vezels van ons wezen kunnen losrukken. Al het kwaad van onszelf en van onze vrienden kan de passie voor Christus niet tenietdoen waarmee de ontmoeting met het charisma van don Giussani ons heeft ‘ingeënt’. De levenskoorts die hij ons doorgegeven heeft, is zo groot, dat geen enkele beperking hem kan verwijderen en stelt ons in staat om heel ons kwaad onder ogen te zien zonder het te legitimeren of te rechtvaardigen.
De gebeurtenis van de ontmoeting met Christus heeft ons zo sterk getekend dat ze ons in staat stelt steeds opnieuw te beginnen, na elke fout weer, telkens nederiger en bewuster van onze zwakheid. Zoals het volk van Israel kunnen we van alles beroofd worden, zelfs in ballingschap gaan, maar Christus, die ons gefascineerd heeft, blijft voor altijd. Hij wordt niet verslagen door onze nederlagen. Net als de Israëlieten moeten we leren ons bewust te zijn van ons onvermogen onszelf te redden, moeten we opnieuw leren wat we dachten al te weten, maar niemand kan ons de zekerheid ontnemen dat de barmhartigheid van God eeuwig is. Hoe dikwijls heeft don Giussani ons niet ontroerd wanneer hij sprak over het ‘ja’ van Petrus na zijn verloochening.
Daarom hebben we geen andere lezing van deze feiten dan dat ze een krachtige oproep tot zuivering zijn, tot bekering tot Degene die ons gefascineerd heeft. Hij, zijn aanwezigheid, zijn onvermoeibare kloppen aan de deur van onze vergeetachtigheid, van onze verstrooidheid, wekt in ons nog sterker het verlangen op de zijnen te zijn. We hopen dat de Heer ons de genade geeft om met eenvoud op deze oproep te antwoorden. Het zal de beste manier zijn om te getuigen dat de genade die aan don Giussani gegeven is, veel groter is dan wij, zijn kinderen, in staat zijn te laten zien.
Alleen zó kunnen we in de wereld een ‘verschilmakende aanwezigheid’ zijn, zoals velen van ons al getuigden op hun werkplek, op de universiteit, in het sociale leven en in de politiek of met vrienden, door het verlangen dat het geloof niet gereduceerd wordt tot iets in de privésfeer. Wie ons ontmoet, weet dat goed: iets raakt hem zozeer dat hij zin krijgt om deel te hebben aan wat wij gekregen hebben. Daarom moeten we voortdurend erkennen dat ‘aanwezigheid’ niet synoniem is met macht of met hegemonie, maar met getuigenis, dat wil zeggen met een ‘verschillend mens-zijn’ dat ontstaat uit de ‘macht’ van Christus om te beantwoorden aan de onuitputtelijke behoeften van het menselijk hart. En we moeten toegeven dat de geschiedenis veranderd wordt door datgene wat het hart van de mens verandert, zoals we allemaal weten uit eigen ervaring. We zullen deze nieuwheid alleen maar kunnen beleven als we in de voetsporen van don Giussani treden en het geloof verifiëren in de ervaring. Niet voor niets was hij ervan overtuigd dat enkel wanneer het geloof een ervaring in het heden is, en door die ervaring bevestigd wordt in zijn nut voor het leven, het geloof weerstand kan bieden in een wereld waarin alles, alles het tegenovergestelde zegt.
We hebben nog een lange weg voor ons en we zijn gelukkig die te mogen doorlopen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen