maandag 22 augustus 2011

Wie is Hij eigenlijk?

Voor circa anderhalf miljoen jongeren, bijeen voor de Wereldjongerendag in Madrid, hield paus Benedictus XVI gisteren de volgende preek (vertaling: rkdocumenten.nl):
Dierbare jongeren, in deze viering van de Eucharistie hebben we het hoogtepunt bereikt van deze Wereldjongerendagen. Jullie hier te zien in zo groten getale overal vandaan, vervult mijn hart met grote vreugde. Ik denk aan de speciale liefde waarmee Jezus op jullie neerziet. Ja, de Heer houdt van jullie en noemt jullie zijn vrienden. Hij wil jullie begeleiden op jullie levensweg om de deur te openen naar een zinvol leven en jullie deelgenoot te maken van zijn nabijheid bij God de Vader. We hebben de overvloedigheid van zijn liefde leren kennen en we willen deze liefde nu ruimhartig beantwoorden door die liefde met anderen te delen. Zeker, er zijn veel mensen die zich aangetrokken voelen door de figuur van Christus en Hem beter willen leren kennen. Zij realiseren zich dat Hij het antwoord is op al onze diepste vragen en zorgen. Maar wie is Hij eigenlijk? Hoe kan iemand die zo lang geleden hier op aarde heeft geleefd vandaag de dag nog iets met mij gemeen hebben?
Het Evangelie dat we zojuist hebben gehoord (Mt 16, 13-20) wekt de indruk dat er twee manieren zijn om Christus te leren kennen: de eerste manier is via onpersoonlijke kennis, gebaseerd op de heersende opinie. Als Jezus vraagt: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?” antwoorden de apostelen: “sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia en weer anderen Jeremia of één van de andere profeten”. Met andere woorden: Christus wordt gezien als een religieus figuur zoals er wel meer zijn geweest voor Hem. Dan richt Jezus zich tot zijn leerlingen en vraagt hun: “maar wie zeggen jullie dat Ik ben?” Petrus antwoordt met de eerste geloofsbelijdenis: “U bent de Messias, Zoon van de levende God”. Geloof is meer dan enkel de meetbare en historische feiten. Het is het vermogen iets te bevatten van het mysterie van Christus’ persoon in al zijn facetten.
Toch is geloof niet het resultaat van menselijke inspanning of het verstand, maar allereerst een geschenk van God. “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de Hemel”. Het geloof begint met God die zijn hart voor ons opent en ons uitnodigt te delen in zijn heilige leven. Geloof is niet iets wat je informatie geeft over wie Christus is; integendeel, het houdt een persoonlijke relatie met Christus in, een totale overgave - met al ons begrip, wil en gevoel - aan Gods zelfopenbaring. Dus Jezus’ vraag: “wie zeggen jullie dat Ik ben?”, is uiteindelijk een oproep aan de apostelen om een persoonlijke keuze te maken. Geloof in Christus en het apostelschap zijn nauw met elkaar verbonden. Aangezien geloof betekent: het volgen van de Meester, moet het geloof steeds sterker, dieper en volwassener worden, opdat het leidt tot een nauwe en intense band met Christus. Petrus en de andere apostelen hebben zo ook moeten groeien totdat hun ontmoeting met de verrezen Heer hun ogen openden voor de volheid van het geloof.
Beste jongeren, vandaag stelt Christus je dezelfde vraag die Hij de apostelen stelde: “Wie zeggen jullie dat ik ben?” Antwoord dan spontaan en met moed, zoals dat hoort bij mensen die jong van geest zijn. Zeg tegen Hem: “Jezus, ik weet dat U de Zoon van God bent, U heeft uw leven voor ons gegeven; ik wil U volgen en geleid worden door uw woord. U kent me en U houdt van me. Ik stel mijn vertrouwen op U en ik leg mijn hele leven in uw handen. Ik wil dat U de kracht bent die mij sterkt en de vreugde die mij nooit verlaat.”
Op de geloofsbelijdenis van Petrus antwoordt Jezus door te spreken over de Kerk: “Ik zeg je, gij zijt Petrus, en op deze rots zal ik mijn Kerk bouwen”. Wat betekent dat? Jezus bouwt zijn Kerk op de rots van Petrus’ geloof, die getuigt dat Christus God is. De Kerk is dus niet zomaar een menselijk instituut, zoals zoveel andere, nee, ze is nauw verbonden met God. Christus zelf spreekt over haar als “zijn” Kerk. Christus kan niet van zijn Kerk worden losgemaakt, net zomin als een hoofd van een lichaam kan worden gescheiden. De Kerk ontleent haar bestaan niet aan zichzelf maar uit God.
Beste jonge vrienden, als opvolger van Petrus raad ik jullie dringend aan dit geloof te versterken, het geloof dat jullie door de apostelen is aangereikt. Maak Christus, de Zoon van God, tot centrum van jullie leven. Maar laat me jullie wel eraan herinneren dat Jezus volgen in geloof betekent, dat je zijn weg gaat in gemeenschap met de Kerk. We kunnen Jezus niet op ons eentje navolgen. Een ieder die verleidt wordt dat “op eigen wijze” te doen, of om het geloof op een individuele manier te benaderen zoals vandaag de dag gebruikelijk is, loopt het risico Jezus nooit echt te ontmoeten of te eindigen met het navolgen van een valse Jezus.
Geloven betekent steun ontlenen aan het geloof van je broeders en zusters, net zoals jouw geloof dient als steun voor anderen. Ik vraag jullie, geliefde vrienden, de Kerk lief te hebben, die jullie het geloof heeft gegeven, die jullie in de kennis over Christus doet groeien en jullie de schoonheid van zijn liefde heeft geopenbaard. Groeien in vriendschap met Christus betekent noodzakelijkerwijs het herkennen van het belang van een vreugdevolle deelname in het leven van jullie parochies, gemeenschappen en bewegingen, evenals aan de deelname van de viering van de Mis op zondag, het regelmatig ontvangen van het Sacrament van de verzoening en het ontwikkelen van een persoonlijk gebedsleven en meditatie over Gods woord.
Vriendschap met Jezus betekent ook getuigen zijn van dat geloof, waar je ook bent, ook al betekent dat afwijzing of onverschilligheid. We kunnen niet Christus ontmoeten zonder Hem ook bekend te willen maken bij anderen. Houd Christus dus niet voor jezelf! Deel met anderen de vreugde van je geloof. De wereld heeft jullie getuigenis nodig, ze heeft in ieder geval God nodig. Ik denk dat de aanwezigheid van zoveel jonge mensen hier, afkomstig vanuit de hele wereld, een prachtig bewijs is van Christus’ gebod aan de Kerk: “Trek de wereld in en verkondig de blijde boodschap aan heel de schepping” (Mc 16, 15). Ook jullie is de buitengewone taak gegeven om volgelingen en missionarissen van Christus in andere landen te zijn. In landen waar jonge mensen massaal op zoek zijn naar iets groters, omdat hun hart ingeeft dat er authentiekere waarden bestaan dan zich te laten verleiden door loze beloften waar geen ruimte is voor God.
Beste jongeren, ik bid voor jullie met heel mijn hart, ik beveel jullie allen aan bij de maagd Maria en ik vraag haar jullie altijd bij te staan met haar moederlijke voorspraak en jullie te leren om trouw te blijven aan Gods woord. Ik vraag jullie te bidden voor de paus, zodat hij – als opvolger van Petrus - zijn broeders en zusters altijd zal bevestigen in het geloof. Mogen wij allen groeien in de Kerk, herders net zo goed als gelovigen, steeds nauwer verbonden met de Heer; mogen wij groeien in heiligheid en effectieve getuigen zijn van de waarheid dat Jezus Christus werkelijk de Zoon van God is, Redder van heel de mensheid en levende bron van al onze hoop. Amen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen