vrijdag 6 mei 2011

Dalrymple over een aantal dingen

John de Wit recenseert in de Gazet van Antwerpen het binnenkort verschijnende boek Door en door verwend van de bekende Britse psychiater, voormalig achterstandswijkwerker, verslavingstherapeut en PvdA-adviseur Theodore Dalrymple. Enkele citaten:

[Dalrymple] hekelt [...] de vrije liefde, een ideologie die in de onderklasse volgens hem veel verwoestender gevolgen (eenoudergezinnen, familiaal geweld…) heeft gehad dan in de hogere kringen.
[...]
Dalrymple keert zich tegen de romantische filosofie van Jean-Jacques Rousseau. Deze denker [...] leerde dat de mens van nature goed is en dat de cultuur hem slecht maakt. De fouten die we als mensen maken zijn dus niet onze eigen schuld, ze zijn veroorzaakt door iets wat buiten ons ligt. De opvoeding moet volgens Rousseau, die [overigens] zelf zijn kinderen verwaarloosde en uitbesteedde, die culturele invloeden (van traditie) zoveel mogelijk terugdringen en het kind zichzelf laten zijn. Het kind moet zijn eigen wil kunnen volgen.
Dalrymple vindt deze filosofie terug in alle pedagogen van de negentiende een twintigste eeuw, van Fröbel over Pestallozzi en Dewey tot bij het hedendaagse onderwijsbeleid. De vulgarisatie ervan is gemeen goed geworden ons dagelijks leven. Dalrymple stelt vast dat men kinderen niets meer wil aanleren - ze moeten het zelf maar doen - en ook geen zelfbeheersing meer wil bijbrengen. Deze centrale waarde uit het christendom is nu tot een ondeugd verworden, zo betoogt hij.
Centraal staat nu net het omgekeerde: het uiten van emoties. Als het kind zich moet beheersen, wordt het vanuit de rousseauïstische filosofie, op een riskante wijze onderdrukt, het wordt een wandelende bom die plots totaal gefrustreerd kan ontploffen. Daarom moet het kind zoveel mogelijk zijn zin kunnen doen. Pas als het kind bevrijd is van alle tradities en vooroordelen zal het spontaan willen leren en het goede doen.
De rousseauïstische pedagogiën maakten volgens Dalrymple steeds meer opgeld naarmate de vrouwen buitenshuis gingen werken en de tweeverdieners hun kinderen almaar meer gingen verwennen omdat ze zich schuldig voelden omdat ze hen niet meer goed konden opvoeden. Door tegenover kinderen geen grenzen meer te trekken, maar telkens te zeggen dat het die zelf moet bepalen, creëer je een maatschappij van verwende mensen die op den duur niet meer in staat zijn om nog rekening te houden met anderen. Ze hebben immers geleerd dat hun leven door hun eigen voorkeur en afkeer wordt geregeerd.
De psychiater past zijn theorie in zijn jongste boek toe op de huidige slachtoffercultuur.
[...]
[De slachtoffercultus] verdoezelt niet zelden de ware aard van de problemen en creëert een zondebok. Volgens Dalrymple wentelt de samenleving momenteel alles af op "de pedofiel" (van buiten het gezin), die als zondebok fungeert, omdat men niet wil zien dat men door zijn eigen sentimentele opvattingen en door de rousseauïstische opvatting over opvoeding en relaties precies die situaties heeft mogelijk gemaakt waarvan men nu de gevolgen aanvalt. Dalrymple doelt dan op de pleidooien voor zelfrealisatie en vrije seksualiteit die het gezin volgens hem totaal ondermijnd hebben.
De slachtoffercultus wekt valse hoop voor echte slachtoffers. Het gerecht wordt steeds meer gedefinieerd als therapeutische instelling voor individuele slachtoffers, maar dat is niet de taak van Justitie. Justitie moet de daders bestraffen, niet de slachtoffers therapeutisch begeleiden. Al de tijd die het gerecht steekt in het bestuderen van verjaarde zaken "om de slachtoffers te respecteren", gaat verloren voor het onderzoek naar de niet-verjaarde zaken. (Als we zien dat Justitie nu honderden reeds verjaarde pedofiliedossiers in de Kerk bestudeert, terwijl er over dit thema wellicht slechts drie niet-verjaarde dossiers zijn, rijst toch wel de vraag of de parketten niets anders te doen hebben [- John de Wit]).
Voor Dalrymple is het bijna paradoxaal dat de slachtoffercultus pas echt grote proporties aannam toen het ergste leed (van de tweede wereldoorlog) al lang voorbij was. Het slachtofferbegrip werd in die mate inflatoir dat "momenteel al wie zichzelf slachtoffer noemt, ook slachtoffer is in de ogen van vele mensen". Volgens Dalrymple zie je dat heel sterk bij racismemeldingen.

Ook de rest van Dalrymples oordelen liegt er niet om (zie de recensie zelf).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen