donderdag 4 augustus 2011

120 jaar Rerum novarum (4): Deel 1. Het socialisme wil de privaateigendom vervangen door gemeenschapseigendom

ARTIKEL 2 - Het strijdt ook met de rechtvaardigheid, want het recht op privaateigendom komt de mens van nature toe

PARAGRAAF 2 - En nog meer als hoofd van een gezin

9. Deze rechten nu, die de mens als individu bezit, blijken nog hechter gefundeerd te zijn, als zij beschouwd worden in verband en samenhang met de plichten van de mens in zijn gezinsleven.
Zonder twijfel staat het een ieder bij het kiezen van een levensstaat volkomen vrij, aan één van beide de voorkeur te geven, of wel Jezus Christus’ raad op te volgen over de maagdelijke staat óf wel zich te verbinden door de huwelijksband. Geen menselijke wetten kunnen het natuurlijk en oorspronkelijk recht om te huwen de mens ontnemen, noch het hoofddoel van het huwelijk, door Gods gezag in den beginne vastgesteld, hoe dan ook beperken: ”Wast aan en vermenigvuldigt u.” (Gen. 1, 28) Ziedaar dan het huisgezin, de huiselijke maatschappij, die, hoe klein dan ook, toch een maatschappij is in de volle zin van het woord en zelfs voorafgaat aan elk staatsverband; en daarom moet zij ook een aantal eigen rechten en plichten hebben, geheel en al onafhankelijk van de staat. Het eigendomsrecht, dat zoals wij bewezen hebben, door de natuur aan de mens als individu is verleend, moet dus ook toegekend worden aan de mens als hoofd van het gezin: zelfs is dit recht hier te sterker, naarmate de menselijke persoon in gezinsverband meer belangen bevat.

10. Het is een onschendbare natuurwet, dat de vader van het gezin voedsel en al het nodige verschaft aan wie hij het leven schonk; en eveneens streeft hij van nature ernaar, om die kinderen, waarin immers de persoon van de vader zich afspiegelt en als het ware voortleeft, de middelen te verwerven en te verkrijgen, waardoor zij bij de wisselvalligheden des levens zich op passende wijze tegen rampspoed kunnen dekken. Doch dit is hem slechts mogelijk door het bezit van vruchtdragende goederen, die hij bij erflating aan zijn kinderen kan overdragen.
Gelijk de staat, zo is ook, gelijk wij zeiden, het huisgezin in de volle zin des woords een maatschappij, die door een eigen gezag, nl. dat van de vader, bestuurd wordt. Daarom ook heeft het huisgezin, natuurlijk binnen de grenzen door zijn naaste doel afgebakend, bij het kiezen en toepassen van de middelen, die het nodig heeft voor zijn behoud en rechtmatige onafhankelijkheid, minstens gelijke rechten als de burgerlijke maatschappij. Minstens gelijke rechten, zeiden wij: immers, daar de huishoudelijke samenleving èn logisch èn feitelijk aan het staatsverband voorafgaat, volgt daaruit ook, dat zijn rechten ouder zijn en meer onmiddellijk uit de natuur voortvloeien. En indien de individuen, indien de gezinnen, deel uitmakend van de maatschappelijke en staatkundige samenleving, bij de staat zouden vinden in plaats van hulp belemmering, in plaats van bescherming vermindering hunner rechten, dan zou men die samenleving veeleer moeten verwerpen dan wensen.
(Paus Leo XIII, encycliek Rerum novarum. Over kapitaal en arbeid, 15 mei 1891, Deel 1, hoofdstuk 1, artikel 2, paragraaf 2)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen