vrijdag 5 augustus 2011

120 jaar Rerum novarum (5): Deel 1. Het socialisme wil de privaateigendom vervangen door gemeenschapseigendom

ARTIKEL 3 - Het miskent de taak van de staat

11. De eis stellen, dat het burgerlijk gezag naar willekeur zijn bemoeiingen uitstrekke tot de interne aangelegenheden van het gezin, is een ernstige, verderfelijke dwaling. Natuurlijk, als een of ander gezin in zeer grote moeilijkheden verkeert en ten einde raad is, zodat het zichzelf op generlei wijze weet te redden, dan moet van staatswege in die uiterste nood hulp worden geboden: elk gezin op zich is immers een deel van de staat. Evenzo moet het staatsgezag, indien ergens binnen de muren van het gezin de wederzijdse rechten op ernstige wijze geschonden worden, aan ieder zijn recht verzekeren: hiermee immers eigent het zich niet de rechten der burgers toe, maar beschermt en beveiligt ze, wat zijn recht en plicht is. Verder evenwel mag de burgerlijke overheid niet gaan: deze grenzen overschrijden is in strijd met de natuur. Het vaderlijk gezag is van die aard, dat de staat het zich niet mag toe-eigenen noch vernietigen, omdat het eenzelfde gemeenschappelijke oorsprong heeft als het leven zelf van de mens. De kinderen zijn iets van de vader en als het ware een uitbreiding van zijn persoon: en strikt genomen, worden zij niet door zichzelf, maar door de huishoudelijke gemeenschap, waarin zij geboren zijn, leden van de burgerlijke maatschappij. En dit wel om deze reden, dat de kinderen “van nature iets van de vader zijn... voordat zij het gebruik van hun vrije wil hebben, staan zij onder de zorg der ouders.” Als dus de socialisten in plaats van de ouderlijke zorg staatsvoorziening willen invoeren, handelen zij tegen de natuurlijke gerechtigheid en verbreken zij de samenhang van het gezin.

ARTIKEL 4 - Het zou maatschappelijke verwarring en hatelijk slavernij brengen

11. Bovendien is het maar al te duidelijk - afgezien van de onrechtvaardigheid - hoeveel stoornis en verwarring bij alle standen, welke een harde en hatelijke slavernij der burgers zou volgen. Onderlinge na-ijver, verdachtmaking en tweedracht zouden vrije baan krijgen en door aan het talent en de bekwaamheid der individuen de prikkel te ontnemen, zouden de bronnen zelf van de rijkdom uitdrogen; en de gelijkheid, die zij zich dromen, zou inderdaad in niets anders bestaan dan dat aller toestand zonder onderscheid even ellendig en onwaardig zou zijn.
Uit dit alles ziet men duidelijk, dat het systeem der socialisten, om alle bezit gemeenschappelijk te maken, beslist moet worden verworpen, omdat het juist hen schaadt, die hulp nodig hebben, in strijd is met de natuurlijke rechten der individuen, de taak van de staat miskent, en de rust in de maatschappij verstoort. Dit sta dus vast, dat bij het zoeken naar lotsverbetering van het volk als eerste grondslag moet worden genomen het ongeschonden bewaren van de privaatbezit. Dit vooropgesteld zullen wij thans uiteenzetten, waar het zo vurig begeerde geneesmiddel moet gezocht worden.
(Paus Leo XIII, encycliek Rerum novarum. Over kapitaal en arbeid, 15 mei 1891, Deel 1, hoofdstuk 1, artikel 3 en 4)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen