maandag 18 april 2011

Oorzaken van de crisis van het rechtssysteem

Chris Rutenfrans wijst op Twitter op het volgende blogbericht:
Het geschutter van Raadsheer Schalken en de ondergang van Kalbfleisch [ook lid van de commissie-Deetman -vh] zijn tekens van een crisis in de rechtspraak. Het vertrouwen in de rechter als recht-vaardige, en van de rechterlijke macht als essentieel onderdeel van de Trias Politica staat op de tocht. [...] Enerzijds zien we hier dat rechters, maar ook leden van het Openbaar Ministerie, zichzelf nogal eens boven de wet verheven achten. Sterker nog: ze zijn de wet. En, waar nodig, houden ze dispuutgenoten en anderszins 'ons soort mensen' buiten schot. [...] Dit zijn geen incidenten, er is sprake van een systeemcrisis. Dit alles is bijzonder zorgwekkend.
Dat wil ik wel geloven.
Toen ik in 1994 in Leiden rechten ging studeren, was het eerste vak: 'Encyclopedie van de rechtswetenschap', gegeven door professor Franken (inmiddels CDA-senator). Een trimester lang moesten wij, om te begrijpen wat 'recht' is, zijn boek 'InLeiden tot de rechtswetenschap' bestuderen (later uitgegeven als 'Encyclopedie van de rechtswetenschap'). Dat boek werd destijds ook op andere universiteiten gebruikt als inleiding op de rechtenstudie (en anders was er wel iets vergelijkbaars). Franken stelde een
‘bescheiden’ vorm van natuurrechtelijk denken [voor,] aangeduid als het interactionistisch of cultuurrechtelijk perspectief. (In de literatuur spreekt men ook wel van functionele rechtsleer). [… Het] ‘cultuurrecht’ [is] het geheel van beginselen, dat we in de westerse samenlevingen als de normatieve grondslag hebben aanvaard. (Franken, o.c., hfdst. 2).

[Wij beschouwen] recht als manier van doen, d.w.z. [als de] handelingen die mensen, burgers en functionarissen zoals rechters, samen verrichten in bepaalde situaties. Daarbij betrekken wij ook geestelijke factoren die het gedrag van de mensen bepalen, zoals waarden, motieven, houdingen en verwachtingen. Juist dergelijke factoren spelen immers een rol bij de zingeving van gedrag.
Recht betreft dan de concretisering van een aantal beginselen of idealen, die gestalte krijgen in een bepaald gedrag, d.w.z. in menselijke handelingen van een bepaalde samenhang of structuur. Aan die werking ontleent het recht zijn betekenis. Daarom spreken we ook wel van een functionele rechtsleer (in tegenstelling tot het rechtspositivisme en de natuurrechtsleer). (Ibid., hfdst. 1).
Bent u er nog? Dit warrige proza ging honderden pagina's door, tot je er niet goed van werd en blij was dat je na het tentamen nooit meer hoefde na te denken over wat recht is.
Zoals St. Thomas zegt, het is aanzienlijker moeilijker bij de waarheid uit te komen als je begint met verwarring, dan als je begint met een fout.
Maar wat nu als je echt rechter bent geworden? Waar ga je te rade voor je concrete, lastige beslissingen? Door welke 'stem' laat je je leiden? Door de gewoonte, door wat de collega's zeggen, uiteindelijk: door wie toevallig de macht heeft.
Maar de mensen voelen op zeker moment aan dat bepaalde "handelingen die mensen, burgers en functionarissen zoals rechters, samen verrichten in bepaalde situaties" niet samenvallen met het 'recht' (dat blijkbaar iets anders is). En dan vervalt het vertrouwen in het rechtssysteem.

In 2001 begon ik een priesteropleiding in Rome en in 2004 kreeg ik het eerste van twee korte vakken kerkelijk recht. De twee eerste punten van les 1 waren:
1. recht is het voorwerp van de deugd van de rechtvaardigheid;
2. rechtvaardigheid is de sterke en voortdurende wil eenieder het zijne te geven (definitie van de heiden Ulpianus, ca. 200 na Chr.).
Het is pijnlijk te moeten constateren, maar deze eerste vijf minuten van les 1 in Rome hebben mij meer geleerd over recht dan de hele cum laude afgemaakte studie in Leiden.

Eenieder het zijne. Dat is natuurlijk een vervelende definitie, want dan moet je gaan begrijpen wat dat 'zijne' is, wat iemand toekomt. Wie of wat bepaalt dat? De mens, die zichzelf niet maakt? Welke van de mensen? Of welke groep?
De kwestie wordt onmiddellijk religieus (hetgeen het valselijk "'bescheiden' natuurrechtelijke denken" nu juist probeert te vermijden). Recht is religieus of het is ook geen recht. Want ofwel het goede en juiste staat boven ons, ofwel we bepalen het zelf (wijzelf, d.w.z. wie de (rechterlijke) macht in handen heeft).

De systeemcrisis is groot. Het goede nieuws is, dat het begin van de oplossing eenvoudig is. En ontzettend interessant. Maar je moet het realisme kunnen opbrengen te beginnen bij het begin en 'iets' toe te laten dat niet onder je eigen controle valt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen